Landenweb.nl

BALI
 

Basisgegevens
  Officiële
  landstaal
  Indonesisch, Balinees
  Hoofdstad  Denpasar
  Oppervlakte  5.633 km²
  Inwoners  4.292.200
  (2018)
  Munteenheid  roepie
  (IDR)
  Tijdsverschil  +8
  Web  .id
  Code.  IDN
  Tel.  +62

To read about BALI in English - click here

Populaire bestemmingen INDONESIE

BaliJavaSumatra

Geografie en Landschap

Geografie

Bali is een Indonesisch eiland ten oosten van Java en ten westen van Lombok. Het is het westelijkste van de Kleine Soenda-eilanden. Het eiland meet 5561 km², en telt ruim 3 miljoen inwoners. De huidige hoofdstad is Denpasar (tot 1958 was Singaraja de hoofdstad).

advertentie

Bali Reliefkaart

Photo:Flominator Creative Commons Attribution-Share Alike 3.0 Unported no changes made

Landschap

advertentie

Bali Landschap Rijstterrassen

Photo:Thomas Fuhrmann CC Attribution-Share Alike 4.0 International no changes made

Het eiland wordt overheerst door het vulkanisch gebergte; sommige van de vulkanen zijn nog steeds actief. Het letterlijk hoogtepunt is de Gunung Agung met een top van 3142 m boven de zeespiegel. De Gunung Batur, vlakbij het Danau Batur (meer van Batur), is 1717 m hoog met een krater van 11 km en 180 m diep.

Bali wordt van Java gescheiden door de ondiepe Straat Bali, die op het smalste punt slechts 8 km breed is. De bredere Straat Lombok vormt de scheiding met Lombok. Ten noorden ligt de Balizee, in het zuiden de Indische Oceaan.

Verder wordt het gevarieerde landschap gekenmerkt door weelderige regenwouden, originele kratermeren, snel stromende rivieren en diepe ravijnen. Bali beschikt over hagelwitte stranden in het zuiden, de stranden elders zijn bedekt met grijs of zwart vulkaanzand.

Klimaat en Weer

advertentie

Bali Zonsondergang F

Photo:Simon_sees Creative Commons Attribution 2.0 Generic no changes made

De gemiddelde temperatuur in Bali is ongeveer 30 graden en er is een hoge luchtvochtigheidsgraad. De regentijd is van november tot april en er valt gemiddeld 1500 mm per jaar. In de namiddag regent het dan vaak enkele uren zeer plaatselijk, waardoor alles weer opfrist en de temperatuur iets daalt. De meeste regen valt in januari en februari. De meeste regen valt in bergachtige gebieden. Qua temperatuur kun je het hele jaar naar Bali, maar de meeste toeristen preferreren de droge periode van april tot en met oktober.

Planten en dieren

Planten

advertentie

Palmen Bali

Photo:Michael Gunther CCAttribution-Share Alike 4.0 International no changes made

In Bali is nog maar 25% over van de oorspronkelijke vegetatie. Tropische regenwouden vindt je vooral in het noorden van Bali. Kenmerkende bomen van Bali zijn o.a. de palmen: kokospalm, oliepalm, nipapalm, lontarpalm, pandanpalm, sagopalm, arènpalm (palmwijn, suiker), pinangpalm (betelnoten), verder rotan en vele soorten Ficussen.

Dieren

advertentie

Banteng Bali

Photo:Gsarwa Creative Commons Attribution-Share Alike 3.0 Unported no changes made

De meeste variatie in het wildleven is te vinden in de bossen van West Bali. Luipaarden, wilde zwijnen, herten, bantengs, apen, ossen, slangen hebben daar hun habitat. Verder zijn er op Bali veel vogelsoorten ondermeer de Balinese spreeuw, wielewaal en de geelgekuifde kaketoes.

Zeedieren zijn onder andere de groene waterschildpad, garnalen en dolfijnen.

Geschiedenis

Geschiedenis van Indonesië

Prehistorie

advertentie

Schedel Javamens Indonesie

Photo:Gerbil Creative Commons Attribution-Share Alike 3.0 Unported no changes made

De eerste bewoners van Indonesië woonden op Java. Daar werd in 1891 de schedel gevonden van de Java-mens (homo erectus). Deze mensachtige, die gebruik maakte van vuur, liep al rechtop en leefde ongeveer 500.000 jaar geleden aan het begin van het Pleistoceen. De Java-mens is uitdrukkelijk niet de directe voorloper van de huidige Indonesische bevolking. In 1931 werden er schedels gevonden van een meer ontwikkelde mensensoort, de Solo-mens.

De eerste echte mensensoort die naar de Indonesische archipel migreerde was een Australoïde pygmeeënras, de zogenaamde negrito’s, afkomstig van Nieuw-Guinea en de kleine Sunda-eilanden. Nog later, ca. 10.000-12.000 jaar v.Chr., leefde de Wajak-mens op Java, de eerste homo-sapiens, en de werkelijke voorvader van de huidige bevolking.

Oudheid

advertentie

Indonesie Sriwijaya Archeologisch Park

Photo:Gunawan Kartapranata CC Attribution-Share Alike 3.0 Unported no changes made

Rond de 2e eeuw n.Chr. landden de eerste Indiase kooplieden op Java, Sumatra en Sulawesi. Uit oude geschriften is duidelijk geworden dat Indiase geschiedschrijvers al ca. 600 v.Chr. melding maakten van Java. De invloed van deze Indiërs reikte ver, maar vooral de heersende klasse nam veel van deze mensen over, met name het hindoeïsme. Ook de vele leenwoorden die in de huidige Indonesische taal terug te vinden zijn, vormen een duidelijk bewijs van de sterke Indiase invloeden. In de 5e eeuw ontwikkelden zich op Java brahmaanse sekten die de hindoe-god Shiva vereerden.

In de 7e eeuw kwam het Sriwijaya-koninkrijk sterk opzetten in het zuiden van Sumatra, het handelsimperium dat Malakka en Sumatra en de scheepvaart van India naar China beheerste. Op Java, met name aan de kust, bloeiden rijke en machtige hindoe-Javaanse staten op, o.a. Kediri, Sailendra (boeddhistische bergvorsten) en Papajaran.

Het boeddhisme is ook als wijzigende factor in deze ontwikkeling niet te verwaarlozen: het kende geen rasvooroordelen en spreidde een sterke missionaire activiteit ten toon. De aanhangers van hindoeïsme en boeddhisme leefden overigens vreedzaam naast elkaar.

Tegen het einde van de 10e eeuw streden Java en Sumatra om de opperheerschappij. Door de veroveringen van Airlangga (tot 1042) werd een machtsevenwicht in de archipel bereikt: Java beheerste het oosten, Sumatra het westen. Sriwijaya was langzamerhand verzwakt, mede door een overval van de Zuid-Indische Cholas op Malakka en Sumatra. Het machtsevenwicht bleef tot de 13de eeuw bestaan.

Het Majapahit-tijdperk, de Gouden eeuw van Indonesië

advertentie

Majahapit Cultuur Indonesie

Photo:Gunkarta Creative Commons Attribution-Share Alike 3.0 Unported no changes made

In de 14e eeuw was Majapahit-rijk de belangrijkste staat van Indonesië, en was tevens het laatste Javaans-hindoeïstische koninkrijk. In de 15e en 16e eeuw zetten islamitische kooplieden voet aan wal en troffen met name op Sumatra en Java goed georganiseerde koninkrijken aan; op Borneo was dat veel minder het geval en op Sulawesi was dat nauwelijks het geval. Hoe sterk de invloed vanuit India is geweest blijkt wel uit het Indiase schrift dat op veel plaatsen gebruikt werd tot in de 20e eeuw.

Arabieren waren trouwens al in de 4e eeuw naar Indonesië gekomen om handel te drijven. In de 14e eeuw werden de activiteiten van de Arabische handelaren aanzienlijk uitgebreid richting Indonesië. Onvermijdelijk deed ook de islam geleidelijk zijn intrede op de eilandengroep, allereerst vanuit het noorden van Sumatra en daarna over Java. Over het algemeen kan men zeggen dat de islam het meeste succes had in die gebieden waar het hindoeïsme het minste de voet aan de grond gekregen had. Eind 15e eeuw werden de eerste twee belangrijke steden volledig islamitisch, Demak en Cirebon op Java.

Nog wat later was er van het hindoeïstische Majapahit-rijk niets meer over en vervangen door zo’n twintig islamitische koninkrijken die verspreid lagen over de hele archipel. Vaak bekeerden hindoeïstische prinsen tot de islam uit geldelijk gewin en de bevolking volgde dat voorbeeld zonder veel problemen. Zo had de islam in die tijd op allerlei gebied een grote invloed op de ontwikkeling van Indonesië.

De Portugese periode

Indonesie Padrão 1522

Photo:Hadiyana at the indonesian language wikipedia CC3.0 Unported no changes made

De Portugese periode duurde niet erg lang, vanaf ongeveer 1511 (verovering van Malakka) tot ongeveer 1662. Zij waren het echter die de Europese beschaving en cultuur naar Indonesië brachten, o.a. het rooms-katholicisme en de Portugese taal, die in de 16e eeuw de handelstaal of ‘lingua franca’ van de archipel was. Opmerkelijk was wel dat de Portugezen zich volledig op de handel richten en op de verbreiding van het christendom, en niet zozeer op het veroveren van gebieden. Toch hadden zij niet zoveel invloed op de grote internationale handelswegen zoals later de Hollanders.

In 1570 vermoordden de Portugezen een sultan, om zo meer gunsten te krijgen van zijn opvolger. Het volk pikte dit echter niet en verjaagde de Portugezen van het eiland Ternate. Later zou blijken dat dit het begin van het einde was van de superioriteit van de Portugezen in Indonesië.

De grote invloed van de Portugezen uitte zich onder andere in de taal, de muziek, de invoer van tabak en het ontwerpen en bouwen van schepen.

In het begin van de 16de eeuw ontstond er tevens een nieuw islamitisch rijk in Aceh (Atjeh).

Indonesië onder de VOC en als kolonie van Nederland

Jan Pietersz.Coen

Photo:Publiek domein

Met de komst van de Hollanders in 1596 begon er een nieuw en ingrijpend hoofdstuk in de geschiedenis van Indonesië, een hoofdstuk dat meer dan drie eeuwen zou duren. Om de handel in dit gebied meer structuur te geven werd in 1602 de Vereenigde Oost-Indische Compagnie (VOC) opgericht, die na enkele jaren de volledige controle over het eilandenrijk had. De Hollanders stelden een Indische regering aan onder een gouverneur-generaal en in 1619 maakte Jan Pieterszoon Coen van Jacatra de hoofdstad Batavia. Ook wist hij de Engelsen buiten de archipel te houden. In de achttiende eeuw werd langzamerhand de macht van de VOC steeds minder en wereldwijd overgenomen door de Engelsen. In 1798 werden alle bezittingen en lasten van de VOC door de staat overgenomen. De eens zo machtige VOC hield in december 1799 op te bestaan en op dat moment begon staatsrechtelijk gezien de koloniale periode van Nederlands Oost-Indië.

Om zich tegen andere Europese grootmachten te beschermen werden er overal op strategische plaatsen gefortificeerde ‘factorijen’ of handelsposten gesticht. Vanaf 1808 werd het gezag van de Hollanders versterkt onder gouverneur-generaal Daendels. Op een gegeven moment werden de Nederlanders ook steeds meer betrokken bij de interne aangelegenheden van de verschillende Indonesische staten. In 1830 werd het beruchte cultuurstelsel ingevoerd, waarbij bijna geheel Java in feite een door de staat bestuurd werkkamp werd. De boeren werden gedwongen om specifieke gewassen te verbouwen, met onder andere als gevolg een grote hongersnood in 1849-1850 in de rijststreek Cirebon.

De Engelsen waren vanaf begin 17e eeuw de grote concurrenten voor de VOC. Ondanks afspraken tussen de Engelse en Hollandse handelsmaatschappijen, botsten de verschillende partijen regelmatig op elkaar. Van 1811-1816 werd Java bezet door een Engels expeditieleger, en de ‘kraton’ van de sultan in Yogyakarta werd bestormd en verwoest. Stamford Raffles, afgezant van de Engelse Oost-Indische Compagnie en stichter van Singapore, werd tot gouverneur benoemd. In 1816 werden de meeste gebieden aan de Nederlanders teruggegeven (volgens de Londense Conventie van 1814), en in 1824 trokken de Engelsen zich volledig terug uit Indonesië.

VOC Munt

Photo:The Portable Antiquities Scheme/ The Trustees of the British Museum CC 2.0 Generic no changes made

Het Nederlandse koloniale bewind was gebaseerd op een raciale kastenstructuur en werd bestuurd via een uitgekiend ambtenarensysteem. Met slecht enkele tienduizenden ambtenaren werd het immense eilandenrijk voor die tijd efficiënt bestuurd.

Onvermijdelijk in een situatie van onderdrukking door een ander volk is de opkomst van nationalistische gevoelens. De eerste nationalisten waren aristocraten en intellectuelen, onder leiding van de zoon van een Javaanse sultan, Diponegoro. Na een incident werd er in 1825 een heilige guerrillaoorlog (1825-1830; Java-oorlog) ontketend waarbij ca. 15.000 Nederlanders en 250.000 Indonesiërs omkwamen. De meest Indonesiërs kwamen trouwens om door besmettelijke ziektes. Na de grondwetsherziening van 1848 in Nederland werd in 1854 het stelsel van gedwongen cultures weer afgeschaft.

Begin 1873 begon de Atjeh-oorlog, een chronische guerrilla-oorlog als gevolg van de plannen van de Nederlanders om het onafhankelijke Atjeh te annexeren. Pas in 1898, toen Van Heutz en Snouck Hurgronje werden benoemd tot respectievelijk militair gouverneur en adviseur voor Inlandse en Arabische Zaken, werd een begin gemaakt met de effectieve, vaak bloedige, bezetting van geheel Atjeh. Tot aan de vooravond van de Tweede Wereldoorlog werden er regelmatig aanslagen op Nederlanders gepleegd.

In 1905 werd het machtige Rusland verslagen door het kleine Japan en dat was goed nieuws voor de nationalisten. Toch was Nederland rond die tijd al bezig met de zogenaamde ‘ethische politiek’, met als doel het belang van de inheemse bevolking en haar opvoeding tot zelfstandigheid te bevorderen, vooral door beter onderwijs. Indonesië kwam echter in 1911 nog volledig in handen van de Nederlanders, hoewel ze meteen daarna alweer hun grip op het land begonnen te verliezen. Om dit tegen te gaan werden begaafde Indonesiërs naar Nederland gestuurd om een hoge opleiding te volgen. Het werkte echter averechts want deze nieuwe intellectuelen werden later de felste nationalisten en maakten de Nederlanders in feite overbodig. Gedurende de periode van de Eerste Wereldoorlog ontstonden er veel nationalistische organisaties, met name onder de Javaanse bevolking. In 1927 werd de Partai Nasionalis Indonesia (PNI) opgericht die openlijk onafhankelijkheid (‘Merdeka’) nastreefde en geïnspireerd werd door de Indiër Mahatma Gandhi.

Deze partij werd geleid door Soekarno, die zich door zijn optreden al snel tot een grote politieke persoonlijkheid ontwikkelde. Eerder waren in 1908 al opgericht de Boedi Oetomo (‘Het schone streven’), en in 1912 de Sarekat Islam, een massabeweging op islamitische grondslag.

Door de wereldwijde economische crisis kwamen de Nederlanders en de Indonesiërs steeds meer tegenover elkaar te staan. De exploitatie van alle bodemschatten in Indonesië werd verhoogd en politieke concessies werden allemaal teruggedraaid.

Een zeer gewelddadig politieapparaat hield de Indonesiërs in toom en nationalistische leiders als Soekarno, Hatta en Sjahrir werden gearresteerd. Verder werden alle politieke partijen verboden en dit alles leidde natuurlijk tot een toenemende anti-Nederlandse stemming. De instelling van een Volksraad in 1918 was niet meer dan een nep-volksvertegenwoordiging. Zo werd in 1938 de Soetjardo-petitie afgewezen, die ertoe had moeten leiden dat Indonesië langs de weg van geleidelijkheid een zelfstandige plaats binnen het rijksverband zou krijgen.

Tweede Wereldoorlog

Indonesie Japanse bezetting

Photo:Tropenmuseum CC Attribution-Share Alike 3.0 Unported no changes made

In januari 1942 trokken Japanse troepen Borneo en Sulawesi binnen, gevolgd door een grote aanval op Sumatra. Op 27 februari werd Java veroverd, op 1 maart werd Batavia ingenomen en op 9 maart capituleerde het Nederlandse leger. De Nederlanders werden geïnterneerd in kampen, waar velen om het leven kwamen (naar schatting 13% van de 90.000 burgers en 23% van de 37.000 krijgsgevangenen), o.a. tal van gevangenen die aan de Birma-Siamspoorweg moesten werken.

De Japanners beloofden de Indonesische nationalisten en orthodoxe moslims op den duur onafhankelijkheid, maar al snel werd duidelijk dat het de bedoeling was om Indonesië definitief in het Japanse keizerrijk op te nemen, politiek en economisch was het geheel ondergeschikt aan Japan. De methoden die de Japanners gebruikten om dit te bereiken bleken uiteindelijk nog wreder dan onder de Nederlanders het geval was. Intussen verslechterde de economische situatie, vooral op het platteland, snel. Zo kwamen de grote landbouwondernemingen stil te liggen en de toestand werd nog verergerd door de vordering van rijst voor de Japanse troepen en het ronselen van arbeidskrachten, de ‘romusha's’.

Belangrijk voor de nationalisten was dat Sukarno door de Japanners werd aangesteld als gouverneur en daardoor de mogelijkheid kreeg om de Indonesische bevolking op een slimme manier te ontwikkelen. Zo werd de taal het Bahasa Indonesia, een groot symbool van nationale identiteit en werd de door de Japanners opgericht gewapende landstorm na de oorlog omgevormd tot een revolutionaire militie, die tegen de Nederlanders vocht.

Toen de Japanners dan ook de eerste verliezen leden, kwam de macht steeds meer in handen van de Indonesiërs te liggen.

Indonesië wordt onafhankelijk

Indonesie Politionele Acties

Photo:Daan Noske/ Anefo in het publieke domein

Op 15 augustus gaf Japan zich over aan de geallieerden en twee dagen later riepen Soekarno en Hatta op 17 augustus 1945 de onafhankelijkheid uit en was de Republik Indonesia een feit. De teruggekeerde Nederlanders probeerden meteen hun bewind te herstellen, maar stuitten op zeer heftige tegenstand, vooral op Java en Sumatra. De Nederlanders hadden in eerste instantie meer last van bendes jongeren dan van het reguliere leger. Internationaal kregen de Indonesiërs aanvankelijk weinig steun in hun strijd tegen de Nederlanders.

Op 21 juli 1947 begon Nederland zijn eerste politionele actie, die door toedoen van de Verenigde Naties op 5 augustus werd gestaakt. Binnen de republiek gistte het tussen allerlei groeperingen, wat uiteindelijk resulteerde in een opstand tegen de pro-Nederlandse regering, geleid door de communistische partij PKI.

In 1948 kwam er een ultraconservatieve regering in Nederland aan de macht, die besloot om in december van dat jaar Yogyakarta te bombarderen en te bezetten door Nederlandse parachutisten. Deze tweede politionele actie mislukte echter volkomen. Soekarno en veel leden van zijn revolutionaire kabinet werden gevangen genomen, maar de Nederlanders ondervonden zeer veel tegenstand van de republikeinse Indonesiërs. De term ‘merdeka’, wat vrijheid betekent, lag in die tijd op ieders lip.

Nadat de wereldopinie en ook de Verenigde Naties zich steeds meer achter de Indonesiërs opstelden was het snel gedaan met de Nederlandse bezetting van Indonesië. In 1948 besloot het Amerikaanse Congres om de Marshall-steun op te schorten en op 27 december 1949 droeg Nederland de soevereiniteit over aan een vrij en onafhankelijk Indonesië. Aanvankelijk werden Nederland en Indonesië nog in een unie geperst, die echter al op 17 augustus opgeheven werd. Alleen in de Zuid-Molukken, waar in april 1950 een onafhankelijke republiek was uitgeroepen, werd tegen deze ontwikkeling gewapend verzet geboden, vooral door voormalige KNIL-militairen.

Na de onafhankelijkheid

Sukarno Indonesie

Photo:Publiek domein

Op 16 december 1949 werd Sukarno door het Huis van Afgevaardigden en de Senaat gekozen tot president van de nieuwe federale staat Indonesië. In september 1950 trad Indonesië toe als lidstaat van de Verenigde Naties. Het leger, de PKI en Soekarno werden de voornaamste machtscentra. In deze constellatie van groeiend nationalisme en voortschrijdende inflatie zegde Indonesië in 1956 wegens het Nieuw-Guinea-geschil de Unie met Nederland op.

De beginjaren van de jonge staat waren echter verre van gemakkelijk. Kabinetten kwamen en gingen in snel tempo en in 1955 waren er 169 politieke partijen die in de slag gingen voor 257 zetels in het parlement. Sukarno zag het met lede ogen aan en besloot in te grijpen. Hij koos voor de zogenaamde ‘geleide democratie’ en installeerde een Nationale Raad, die bestond uit door hem zelf gekozen leden. Ook de traditionele ‘mufakat’ werd ingevoerd, wat betekende besluitvorming door overeenstemming. Politieke partijen en wetgevende instantie werden in dit systeem buitenspel gezet en zelfs ontbonden. Ook kwam er een einde aan de persvrijheid.

Dit alles werd vanuit Java aan de aan de andere eilanden opgelegd , waardoor deze zich verwaarloosd voelden en uiteindelijk in opstand kwamen. In februari 1959 brak er een opstand uit op Sumatra en Noord-Celebes. Geeist werd meer zelfbeschikkingsrecht door de moslim-georiënteerde eilanden. De opstand werd binnen enkele maanden door troepen van Soekarno neergeslagen.

In 1962 wilde Soekarno eindelijk West-Nieuw-Guinea innemen en ook de Verenigde Staten oefende sterke druk uit op Nederland om het eiland op te geven. In datzelfde jaar droeg Nederland het grondgebied over aan de Verenigde Naties, die het op haar beurt in 1963 overdroeg aan Indonesië. Men eiste wel dat er binnen vijf jaar vrije verkiezingen moesten worden uitgeschreven. In 1969 kwamen alle partijen overeen dat West-Nieuw-Guinea zou integreren met de Republiek Indonesië.

Eind jaren vijftig was Indonesië steeds meer verworden tot een dictatuur en begin jaren zestig stapte het land uit de Verenigde Naties en werd fel anti-westers en militant. Soekarno stelde Indonesië op een lijn met het eveneens anti-imperialistische China. Soekarno was zo handig geweest om alle verschillende bevolkingsgroepen en ideologieën samen te smeden tot een geheel. Zelfverheerlijking was daarbij niet vreemd en dat uitte zich in de aanleg van prestigieuze stadions en andere bouwwerken, en beeldhouwwerken die sterk deden denken aan de Sovjet-stijl. Aan de andere kant steeg de inflatie gigantisch, liep de nationale schuld steil omhoog en lagen verschillende groeperingen als militairen, moslims en communisten klaar om de fakkel over te nemen, desnoods via een staatsgreep. Er vormde zich ook een scherpe tegenstelling tussen de militaire top en de Indonesische Communistische Partij (PKI).

Staatsgreep

Indonesie Begrafenis Generaals

Photo:Publiek domein

In de nacht van 30 september 1965 werden er zes generaals ontvoerd en vermoord. Soeharto, een tot dan toe onbekende generaal, zette een reserve-eenheid, de KOSTRAD, in om de ‘communistische samenzweerders’ een lesje te leren. Uiteindelijk liep deze situatie uit op een politiek bloedbad waarbij ca. een half miljoen mensen in koelen bloede vermoord werden. Op dat moment werd de communistische partij ontbonden en nam het leger de touwtjes in handen.

President werd in 1967 Soeharto, die zijn machtsbasis vond in het leger. Indonesië kreeg van alle kanten financiële hulp, vooral van Nederland en de Verenigde Staten. Hierdoor werd het land economisch steeds afhankelijker van het Westen. Binnenlands was het volk zeer ontevreden over de corruptie en de ontwikkeling van de economie en het Soeharto-bewind probeerde met sterk repressieve maatregelen de orde te handhaven. In 1969 sloot Westelijk-Nieuw-Guinea zich definitief aan bij Indonesië en verder vond er een politieke reorganisatie plaats, in die zin dat een aantal groeperingen fuseerden, en als Sekber Golkar verder ging. Deze partij werd sterk gesteund door de overheid en won dan ook ruimschoots de algemene verkiezingen van 1971.

In 1975 verlieten de Portugese troepen Oost-Timor en probeerde de bevrijdingsbeweging FRETILIN de macht overnemen. Soeharto greep echter hard in en op 17 juli werd Oost-Timor eenzijdig, onder protest van de Verenigde Naties, als 27e provincie bij Indonesië ingelijfd.

De verkiezingen van 1982 en 1987 werden weer gewonnen door de Golkar-partij, ondanks ontevredenheid en sociale onrust onder de bevolking.

In 1984 kwamen een aantal islamitische groeperingen in opstand tegen de inperking van hun vrijheden. Er vielen achttien doden, gevolgd door bomaanslagen op Chinese bedrijven en banken.

In de loop van 1990 werd bekend dat de regering een politiek van ‘openheid’ wilde gaan voeren. Dit uitte zich in meer persvrijheid en een toenadering van Soeharto tot de islam. Opmerkelijk was ook dat in 1991 het leger tientallen demonstranten doodde, en dat Soeharto het leger verantwoordelijk stelde. De jaren 1991 en 1992 stonden ook in het teken van spanningen in Atjeh, met als gevolg duizenden doden. In maart 1993 werd Soeharto voor de zes achtereenvolgende keer tot president gekozen. Hij moest wel generaal Soetrino, de kandidaat van het leger, als vice-president accepteren.

Halverwege de jaren negentig groeide de economie fors, maar de kloof tussen arm en rijk werd steeds groter. Dit had grote sociale spanningen tot gevolg, die nog versterkt werd door een oplopend werkloosheidscijfer en vele corruptieschandalen.

In 1996 werden enkele nieuwe oppositiepartijen verboden en de leider van de Democratische Partij, Megawati Soekarnoputri, ten val gebracht. De algemene verkiezingen van mei 1997 werden weer gewonnen door de Golkar-partij, ondanks en golf van politiek geweld. Alleen de islamitische PPP wist haar aanhang te vergroten en behaalde 23% van de stemmen.

De val van Soeharto

Suharto Indonesie

Photo:Publiek domein

In maart 1998 werd Soeharto voor de zevende maal tot president herkozen, waarbij hij zijn dochter en een aantal vertrouwelingen op cruciale posten benoemde, ondanks toenemende protesten tegen deze gang van zaken. Ook de economische crisis waarin het land verkeerde, de prijsstijgingen en misoogsten zorgden van een zeer gespannen sfeer. Demonstraties van studenten die ijverden voor hervormingen en het aftreden van Soeharto eisten, werden steeds massaler en ontvingen de steun van verschillende groepen uit het leger en de samenleving. Amien Rais, de leider van de islamitische partij Muhammadiyah, liet zich hierbij nadrukkelijk gelden, terwijl Megawati Soekarnoputri, de leidster van de PDI, rustig afwachtte.

Begin mei 1998 ontstonden in diverse steden hevige rellen, en vooral etnische Chinezen moesten het ontgelden; zo'n honderd Chinese vrouwen werden verkracht en in totaal vielen er 1200 doden.

Op 18 mei riep de voorzitter van het Volkscongres en de Golkar de president op om af te treden. Soeharto probeerde nog een nationaal comité in te stellen, maar de belangrijke religieuze leiders en veel ministers weigerden hierin zitting te nemen. In het nauw gedreven besloot waarop Soeharto toen om terug te treden. Vice-president Habibie werd daarna beëdigd als president en in het nieuw samengestelde kabinet verdwenen iedereen die tot de clan van Soeharto behoorde.

Periode Habibie

Habibie Indonesie

Photo:Publiek domein

Het IMF bleek vertrouwen in Habibie te hebben steunde Indonesië met 42 miljard dollar in maandelijkse tranches van 1 miljard. Hierop herstelde de koers van de roepia zich.

Onder het nieuwe bewind ontstond er een grotere mate van persvrijheid, waardoor wandaden van het leger in Oost-Timor, Atjeh en Irian Jaya bekend werden. Ook de corruptie en de zelfverrijking van Soeharto werden breeduit in de openbaarheid gebracht, maar toch bleven studenten om vergaande hervormingen eisen. Niet alleen Soeharto zou zich moeten verantwoorden volgens de studenten, maar ook het Volkscongres dat immers nog door Soeharto was benoemd. Tegen de studenten werd hard opgetreden en alleen al in Jakarta vielen veertien doden.

Na het verdwijnen van Soeharto bleef het toch nog onrustig in Indonesië. Begin 1999 braken ernstige onlusten uit in de Molukken en op Borneo, waarbij honderden slachtoffers vielen.

In januari 1999 kondigde president Habibie tegen de zin van de militairen een referendum over de toekomst van Oost-Timor aan. Het Oost-Timorese verzet ging hiermee akkoord omdat het dacht dat de bevolking voor onafhankelijkheid zou kiezen. Met name krachten in het leger wilden Oost-Timor niet loslaten, en rekruteerden milities die de bevolking moesten intimideren zodat ze voor autonomie binnen Indonesië zou kiezen. Toch koos een grote meerderheid van 78,5% voor onafhankelijkheid. Toen de uitslag op 4 september bekend werd gemaakt, gingen de milities met hulp van het leger over tot de tactiek van de verschroeide aarde, waardoor ca. 200.000 mensen voornamelijk naar West-Timor werden verdreven. Hierop zette Verenigde Naties het land zo onder druk dat de Indonesische regering de komst van VN-militairen toeliet. De gevangen leider van het Oost-Timorese verzet, Gusmao, werd in september vrijgelaten en keerde begin november 1999 terug naar Oost-Timor dat voorlopig onder toezicht van de VN bleef.

Periode Wahid

Wahid Indonesie

Photo:Publiek domein

Begin juni 1999 vonden verkiezingen plaats. Megawati's hervormingsgezinde PDI-P werd de grootste partij, maar behaalde op grond van nieuwe kieswetten te weinig zetels (153) om een presidentschap af te kunnen dwingen. Habibie's Golkar werd tweede maar kreeg dankzij dezelfde regels meer zetels (120) in het nieuwe parlement. Twee andere hervormingsgezinde partijen, Abdurrahman Wahids PKB en Amien Rais' PAN, behaalden respectievelijk 11% en een teleurstellende 7% van de zetels.

Er ontstond een scherpe tegenstelling tussen het kamp van Megawati enerzijds en dat van Habibie's Golkar gesteund door enkele islamitische partijen anderzijds. Teneinde deze polarisatie te doorbreken werd de bijna blinde Abdurrahman Wahid (door het volk Gus Dur genoemd) door Amien Rais als derde kandidaat voor het presidentschap naar voren geschoven. Het leger steunde dit voorstel waarop Wahid tot president werd verkozen en Megawati op aandringen van Wahid tot vice-president gekozen.

Wahids’ korte regeringsperiode werd verder gekenmerkt door voortdurende ruzies tussen de verschillende politieke facties, een teruglopende economie en bloedige etnische conflicten, met name in Atjeh, Irian Jaya en op de Molukken. Toen hij ook nog beschuldigd werd van incompetentie en corruptie, was het snel gebeurd met Wahid.

Periode Megawati

Mehawati Indonesie

Photo:Publiek domein

Op 23 juli 2001 werd hij door het parlement weggestemd en opgevolgd door vice-president Megawati, de dochter van ex-president Soekarno. Hamzah Haz werd tot vice-president gekozen.

Ook onder het bewind van Megawati braken er regelmatig bloedige etnische en religieuze conflicten uit. Tegen acties van afscheidingsbewegingen in Atjeh en Irian Jaya werd door het leger hard opgetreden. Er vielen duizenden doden, maar Megawati wilde persé het Indonesië van haar vader bij elkaar houden.

Begin 2002 verkeerde de economie van Indonesië nog steeds in een crisis en nam de armoede nog steeds toe. Op 12 oktober van dat jaar werd Indonesië getroffen door een zeer gewelddadige extremistische aanslag op Bali. Honderden doden, waaronder veel Australiërs, waren het gevolg.

Periode Yudhonyo

Indonesie Susilo Bambang Yudhoyono

Photo:World Economic Forum CCAttribution-Share Alike 2.0 Generic no changes made

Begin oktober 2004 werd Susilo Bambang Yudhoyono officieel uitgeroepen tot winnaar van de presidentsverkiezingen. De voormalige generaal versloeg bij de eerste directe verkiezingen van het staatshoofd in Indonesië de zittende president Megawati Soekarnoputri. Yudhoyono kreeg 60,6% van de stemmen; Megawati kwam niet verder dan 39,4%.

Op tweede kerstdag in 2004 werden veel landen in het zuiden van Azië getroffen door een enorme natuurramp, waaronder Indonesië.

Er deed zich een zeebeving voor die een kracht van 9,0 op de schaal van Richter had. Het epicentrum van de beving lag voor de westkust van Sumatra, ter hoogte van de provincie Atjeh, die zeer zwaar getroffen werd.

De beving veroorzaakte een muur van water die over de kust van Sumatra sloeg. De golven van deze zogenaamde tsunami bereikten op sommige plaatsen een hoogte van tien meter. In totaal vielen er meer dan 140.000 doden, waaronder alleen al meer dan 95.000 op Sumatra.

In december 2006 worden de eerste directe verkiezingen gehouden in Atjeh na het vredesakkoord met de rebellen. Voormalig rebellenleider Irwandi Yusuf wordt de nieuwe gouverneur. Voormalig president Souharto overlijdt in januari 2008. In juli 2008 verschijnt het eindrapport van de waarheidsvindingcommissie van Indonesië en oost Timo, waarin Indonesië gevraag wordt zijn verontschuldigingen aan te bieden voor de gewelddadigheden bij de strijd om de onafhankelijkheid van oost Timo. President Yudhoyono spreekt zijn diepe spijt uit maar echte verontschuldigingen blijven achterwege. Bij de parlementsverkiezingen van mei 2009 wint de partij van Yudhoyono stemmen, in juli 2009 wint hij ook de presidentsverkiezingen. De moslimgeestelijke Abu Bakar Bashir is in augustus 2010 opgepakt. Bashir staat bekend als de leider van de terreurgroep Jemaah Islamiah, die banden heeft met al-Qaida en achter de aanslagen op Bali in 2002 zat. Daarbij kwamen ruim 200 mensen om het leven, voornamelijk toeristen uit Australië. In 2011 biedt de Nederlandse regering excuses aan vanwege de slachting in Rawagade tijdens de onafhankelijkheidsoorlog. In 2013 worden de excuses herhaald in meer algemene zin. Bij de verkiezingen van april 2014 worden de PDI-P en Golkar de grootste partijen.

Joko Widodo ontmoet Vlaimir Putin

Photo:kremlin.ru Creative Commons Attribution 4.0 International no changes made

In juli 2014 zijn de presidentsverkiezingen gepland. De strijd gaat tussen Joko Widodo, de gouverneur van Jakarta en ex-generaal Prabowo Subianto. Op 22 juli verklaart de kiesraad dat Joko Widodo de nieuwe president is geworden. In 2015 worden een aantal Europeanen en Australiërs geëxecuteerd vanwege drugsmisdaden, dit leidt tot protesten en zelfs terugroepen van ambassadeurs. In 2016 krijgt ook Indonesië te maken met aanslagen door Islamitische Staat. In december 2016 stemt Nederland ermee in een onderzoek in te stellen naar de beëindiging van de koloniale overheersing in Indonesië in de jaren 1940. Nederlandse troepen worden verdacht van het doden van tienduizenden mensen tijdens de onafhankelijkheidsoorlog. In mei 2017 wordt de Christelijke gouverneur van Jakarta, Basuki Tjahaja Purnama tot 2 jaar veroordeeld vanwege vermeende blasfemie.

Bevolking

Balinese Vrouwen

Photo:Anne-Mette Jensen CC Attribution-Share Alike 2.0 Generic no changes made

De grootste bevolkingsgroep op Bali wordt gevormd door de Balinezen (ca. 3 miljoen), die afstammen van de tweede golf volksverhuizers.

Bali werd al betrekkelijk vroeg bewoond en er ontwikkelde zich een Balinese hindoe-boeddhistische cultuur met een geheel eigen, hoogstaand karakter. Bali heeft de grootste hindoeïstische gemeenschap ter wereld buiten India. Negentig procent van de Balinese bevolking is aanhanger van het Balinese hindoeïsme.

Tot het begin van de 20e eeuw leefden de Balinezen totaal geïsoleerd van de rest van de wereld.

Taal

Algemeen

Tijdschriftenkiosk Indonesie

Photo:Midori Creative Commons Attribution-Share Alike 2.0 Generic no changes made

De officiële taal in Bali is Bahasa Indonesia, handelstalen zijn Engels en in afnemende mate Nederlands. De vele andere talen van de archipel vallen in twee hoofdgroepen uiteen: de Maleis-Polynesische taalfamilie en de ‘niet-Austronesische’ taalfamilie.

De Maleis-Polynesische of Austronesische taalfamilie bestaat uit ongeveer 250 talen, waarbinnen veertig hoofdgroepen te onderscheiden zijn, zoals het Acehs, Maleis, Boeginees, Javaans en Soendanees.

Tot de niet-Austronesische talen behoren onder andere ca. 240 Papoea-talen. Meer dan honderd van deze Papoea-talen hebben minder dan duizend sprekers.

In het huidige Bahasa Indonesia zijn de talen van de vroegere overheersers nog duidelijk aanwijsbaar. Uit het Portugees komen woorden mentega (boter), nona (juffrouw) en sepatu (schoen). Aan het Nederlands zijn onder andere ontleend: mebel (meubel), bangrut (bankroet), karcis (kaartjes), handuk (handdoek), pinter (pienter) en donkrak (dommekracht). Aan het Engels zijn woorden ontleend als bodigar (bodyguard) en suplai (supply).

Het Bahasa Indonesia is een non-tonale taal die vrij eenvoudig te leren is. De taal wordt geschreven in het Romeinse alfabet, woorden worden uitgesproken zoals ze zijn gespeld en de morfologie is eenvoudig. Werkwoorden en zelfstandige naamwoorden worden niet vervoegd.

Het moeilijkste is het gebruik van voor- en achtervoegsels om basiswoorden te veranderen in werkwoorden en zelfstandige naamwoorden. Accenten worden net zo min als in het Nederlands aangegeven. De e aan het eind van de eerste lettergreep is altijd stom of toonloos.

Net als andere talen kent het Indonesisch een voorliefde voor afkortingen, die vaak voor buitenstaanders onbegrijpelijk zijn (b.v. Pukesmas = Pusat Keséhatan Masyarakat).

Van Maleis naar Bahasa Indonesia

Taalkaart Indonesie

Photo:Ichwan Palongengi Creative Commons Attribution-ShareAlike 3.0 no changes made

De volkeren van Sumatra en het Maleise schiereiland spraken van oorsprong verschillende dialecten van het Maleis. Uit deze dialecten ontwikkelde zich een hoftaal en een eenvoudige variant, die zich vanuit Sumatra over de hele archipel verspreidde en als omgangstaal voor vooral de handelscontacten tussen de verschillende volken diende. De behoefte aan een omgangstaal was groot doordat er in de archipel honderden talen gesproken werden. Dat het Maleis een eenvoudige structuur had kwam goed uit. Via de belangrijke handelscentra aan weerszijden van de Straat van Melaka kon het Maleis, op dat moment een handelstaal of ‘lingua franca’ gemakkelijk verspreid worden. Ook buitenlandse groepen als Arabieren, Chinezen en Europeanen gebruikten deze taal.

Veel Nederlandse migranten gebruikten in de omgang met de inheemse bevolking een nog simpeler variant van het Maleis: het Pasar-Maleis. Journalisten en schrijvers gebruikten het Laag-Maleis, een mengvorm van het simpele Pasar-Maleis en het voor Javanen onbegrijpelijke Klassiek-Maleis, de boekentaal van de vorstenhoven langs de Sumatraanse kust. Schrijvers, die veel in het Laag-Maleis schreven, populariseerden het Laag-Maleis als schrijftaal.

De spelling van het Maleis was tot in de 20e eeuw zeer divers, en men had ook niet de behoefte om een norm vast te leggen. De Europeanen daarentegen hadden wel een belang bij standaardisering van het Maleis, maar wisten geen antwoord te geven op de vraag waar het ‘beste’ Maleis gesproken werd. De protestantse zending deed een eerste poging door een bijbelvertaling te maken in het Klassiek-Maleis uit de Riau-archipel. Nederlandse en inheemse ambtenaren gebruikten dit Maleis om met elkaar te communiceren, en het werd dan ook definitief tot het Standaard-Maleis verheven. Belangrijk hierin was de leraar C.H. van Ophuijsen, die aan het begin van de 20e eeuw een ‘Maleische spraakkunst’ en een ‘Maleisch leerboek’ schreef. Het gevolg was wel dat er gekozen werd voor een schrijftaal die dicht bij het Klassiek-Maleis lag en die sterk verschilde van de meeste andere Maleise dialecten en ook van het gepopulariseerde Laag-Maleis.

Langzamerhand verdrong het Standaard-Maleis van Van Ophuijsen het Javaanse Laag-Maleis in de schrijftaal. In de dagelijkse omgang bleven de Maleis-sprekende Indonesiërs hun eigen dialect gebruiken, waardoor de kloof tussen de schrijf- en de spreektaal groeide.

Op 28 oktober 1928 legden de deelnemers aan het Indonesisch Jeugdcongres de ‘Eed der Jongeren’ af, waarin ze onder anderen beloofden te strijden voor één taal, het Bahasa Indonesia. Die Indonesische taal was het Standaard- Maleis van Van Ophuijsen. Tot de Tweede Wereldoorlog bleef het Nederlands echter een belangrijke concurrent. Zo gebruikten ambtenaren het Maleis in het contact met de bevolking, maar werd er op middelbare scholen in het Nederlands les gegeven. In 1942 verbood de Japanse bezetter het gebruik van het Nederlands, en dat betekende de definitieve doorbraak van het Indonesisch als nationale taal. Het werd de taal van het onderwijs, de ambtenarij, de politiek, de pers en de literatuur.

Om een eenduidige grammatica en uniforme spelling te krijgen werkte Indonesië samen met Maleisië in een taalunie. In 1972 kwamen de twee landen een nieuwe spelling overeen, en veranderde bijvoorbeeld Djakarta in Jakarta, en Atjeh in Aceh.

Op dit moment spreekt maar een minderheid van de bevolking thuis de nationale taal; het blijft de taal van de moderne, vooral stedelijke elite. Een groot gedeelte van de bevolking spreekt helemaal geen Indonesisch en blijft thuis communiceren in de regionale taal of het ‘Bahasa Daerah’.

Het Nederlands werd aan het begin van de jaren tachtig van de vorige eeuw door hooguit één miljoen Indonesiërs gesproken. Tachtig procent van de bevolking is na 1950 geboren, waardoor het Nederlands in snel tempo uit Indonesië verdwijnt. Tegenover de neergang van het Nederlands staat de opkomst van het Engels, een taal die ook op het middelbaar onderwijs wordt onderwezen.

De naam Indonesië (Indonesia), het eerst gebruikt door de Britse etnoloog G.R. Logan in 1850, is afgeleid van het Latijns. India en Grieks nèsos (= eiland) betekent Indische archipel.

Enkele woorden en uitdrukkingen

Dank u = terima kasih

Goedemorgen = selamat pagi

Hoe heet u? = siapa nama saudara?

Links = kiri

Rechts = kanan

Trein = kereta api

Vliegtuig = kapal terbang

Winkel = toko

Verkeersbureau = kantor pariwisata

Niet roken = jangan merokok

Zondag = hari minggu

Woensdag = hari rabu

Een = satu

Twee = dua

Drie = tiga

Honderd = seratus

Nacht = malam

Uur = jam

Hoe laat is het? = jam berapa sekarang?

Handtekening = tanda tangan

Godsdienst

Pura Besakih tempel van de Agama Hindu Dharma in Bali

Photo:Sean Hamlin Creative Commons Attribution 2.0 Generic no changes made

HINDOEÏSME

Het hindoeïsme op Bali (Agama Hindu Dharma of Agama Hindu Bali) is de tweede grote godsdienst in Indonesië. Op Bali wordt deze godsdienst door meer dan 90% van de bevolking beleden.

Deze godsdienst is niet te vergelijken met het hindoeïsme in India of met de oude hindoe-Javaanse godsdienst. Toch vormen deze twee elementen, samen met het boeddhisme de basis van het complexe hindoeïsme op Bali.

De Agama Hindu Dharma, waarin het geloof in één opperwezen centraal staat, baseert zich op vijf principes, de ‘panca srada’:

1. het geloof in ‘Sanghyang Widhi Wasa’, de enige en ene God.

2. het geloof in ‘Atman’, de eeuwige ziel.

3. het geloof in ‘Kharma Pala’, de wet van oorzaak en gevolg.

4. het geloof in ‘Punarbhawa’, of incarnatie.

5. het geloof in ‘Moksha’, de eenwording met de Eeuwige Geest.

Reizend over Bali geven de vele beelden en tempels de indruk dat er veel goden aanbeden en vereerd worden. In werkelijkheid zijn het verschillende verschijningsvormen van de ‘trimurti’, de drie-eenheid: Brahma de schepper, Wisnu de bewaarder en Siwa de vernietiger. Deze drie-eenheid is verenigd in één god: Sang Hyang Tunggal, de ‘Allerhoogste’, die zich op verschillende wijzen manifesteert. De vele goden en godinnen zijn dan ook slechts bepaalde aspecten van de ‘Allerhoogste’ of de ‘Enige’.

Het centrum van het geloof is de ‘pura desa’, waarin Brahmaanse priesters de voornaamste ceremoniën verrichten. Naast deze grote tempels zijn er ook nog vele duizenden andere tempels, waaronder dodentempels, familietempels en huistempeltjes op de woonerven.

Op Bali is er altijd wel ergens een tempelfeest of religieuze ceremonie. Het hoogtepunt van het jaar vormt het grote tempelfeest, de ‘odalan’, dat in elk dorp ter herinnering aan de stichting van de tempel wordt gevierd. Wanneer alle feesten moeten plaatsvinden wordt berekend aan de hand van de Balische kalender, die gebaseerd is op het‘wuku-’ of maanjaar.

De meest ‘spectaculaire’ ceremonie om te zien is de lijkverbranding of ‘ngabèn’. Deze gebeurtenis maakt een vrolijke indruk, en dat komt omdat degene die gecremeerd wordt vaak al maanden of jaren geleden overleden is. Door de verbranding wordt de ziel van de overledene bevrijd en kan de hemel bereikt worden.

De grootte van de lijktorens is afhankelijk van de kast en de rijkdom van de overledene. De toren stelt de kosmos voor. De basis heeft de vorm van een schildpad, omwonden door twee slangen. Daarboven is een platform gemaakt waar het lichaam op gelegd wordt, en bevindt zich zo tussen hemel en aarde. Voor brahmanen gelden weer andere regels. Zij worden zo snel mogelijk na het overlijden gecremeerd en worden opgebaard in een baar die de vorm heeft van een ‘padmasana’ of lotuszetel.

De verschillen met India zijn opvallend. In India zijn dat eenvoudige plechtigheden, op Bali daarentegen worden ze met veel ceremonieel omgeven.

BOEDDHISME

Brahmawihara Arama Bali

Photo:AnnieGreenSprings Creative Commons Attribution 2.0 Generic no changes made

Het zuivere boeddhisme kent in Indonesië maar weinig aanhangers. In Banjar, op Bali, ligt de Brahmawihara Arama, een boeddhistisch klooster en meditatiecentrum dat bewoond wordt door enkele Balische boeddhistische monniken.

Een heropleving van het boeddhisme kende in de jaren dertig van de 20e eeuw een opleving. Toen de Europeanen na de onafhankelijkheid verdwenen, werd het Indonesische boeddhisme een vrijwel exclusief Chinese aangelegenheid.

De Borobudur op Java is een gigantisch boeddhistisch bouwwerk dat met geen andere menselijke creatie te vergelijken is. Voor de bouw waren 56.600 m3 stenen nodig en de Borobudur is daarmee de grootste ‘stoepa’ ter wereld en tevens het grootste historische monument van het zuidelijke halfrond.

In de architectuur van de Borobudur zijn ook Perzische, Babylonische en Griekse invloeden te bespeuren, en heeft daardoor maar weinig gemeen met andere boeddhistische tempels in Zuidoost-Azië.

De bouw kwam tot stand dankzij de Vajrayana-sekte van de tantristische school van het boeddhisme. De Saliendra prinsen lieten het tussen 778 en 850 door boeren bouwen. Doordat de Saliendras in 856 ten val werden gebracht, raakte het bouwwerk al snel in verval. Mede als gevolg van de vele vulkanische uitbarstingen heeft het monument honderden jaren onder een laag aarde gelegen. In 1814 werd de Borobudur door een Engelse kolonel ontdekt en in 1855 werd het gebouw weer vrijgelegd. Pas in 1973 werd er een begin gemaakt met de restauratie.

Chinese Tempel Bali

Photo:Sergey CC BY-SA 2.0 no changes made

CHINEZEN

De religie van de vele Chinese immigranten is een mengeling van boeddhisme, confucianisme en taoïsme, en wordt de ‘Drie religies’ of ‘Sam Kauw Hwee’ genoemd, een naam die in 1963 in het kader van de Indonesianiseringscampagne werd veranderd in Tri Dharma, een aan het Sanskriet ontleende term. Tri Dharma kan als een Chinese vorm van syncretisme beschouwd worden. Boeddhisme en confucianisme waren in China vooral een aangelegenheid van de maatschappelijke en religieuze bovenlaag, terwijl het taoïsme de belevingswereld van de gewone mensen beheerste. Omdat de Chinese migranten vooral van eenvoudige boerenkomaf waren, brachten zij dit volksgeloof mee naar de Indonesische archipel. Behalve in huistempels worden de goden en voorouders ook in grotere Chinese tempels of ‘klenteng’ vereerd.

TRADITIONELE RELIGIES

De betekenis van traditionele religies is ondanks het geringe aantal officiële aanhangers niet te verwaarlozen. Veel Indonesiërs blijven waarde hechten aan elementen uit het oude volksgeloof, ook nadat ze tot een van de ‘grote’ religies zijn toegetreden. Tussen de oorspronkelijke godsdiensten bestaan grote verschillen, ze hebben allemaal een eigen historische ontwikkeling doorgemaakt.

Een gemeenschappelijk element is het animisme, het geloof dat de natuur en door de mens gemaakte voorwerpen bezield kunnen zijn. Vooral oude bomen, bergen, grotten en bronnen zijn volgens het volksgeloof geliefde woonplaatsen van de geesten. Soms gaat het om echte natuurgeesten, maar een godheid of de geesten van overledenen kunnen daar ook huizen.

Het geloof in een bezielde natuur gaat binnen de meeste oorspronkelijke Indonesische religies hand in hand met voorouderverering, een ander gemeenschappelijk element. Algemeen heerst de overtuiging dat geesten van overleden mensen invloed op het aardse bestaan uitoefenen. De ziel van een overledene moet daarom met veel zorg worden omgeven. Tijdens rituelen zorgen sjamanen voor het contact tussen de gewone mensen en de wereld van de geesten. Deze en andere rituelen vormen het cement van een traditionele samenleving.

Samenleving

Staatsinrichting Indenesie

Indonesie Parlement

Photo:Publiek domein

Indonesië vormde bij het begon van zijn onafhankelijkheid een federatie, maar deze staatsvorm werd al snel omgezet in een eenheidsstaat, de ‘Republik Indonesia’.

De grondwet van 1945 werd in 1949 vervangen door een federale grondwet. In 1950 maakte deze federale grondwet plaats voor een voorlopige unitaire constitutie, waarna in 1959 de grondwet van 1945 weer van kracht werd en men over ging op het systeem van de ‘geleide democratie’. De basis van deze grondwet is de door president Soeharto ingestelde officiële staatsfilosofie Pantjasila, die vijf grondbeginselen van de Indonesische eenheidsstaat omvat: het geloof in één God, een eenheidsstaat, menselijkheid, sociale rechtvaardigheid en ‘een democratie geleid door de wijsheid van overleg (mushawara) en vertegenwoordiging.

Indonesië is een republiek met een presidentieel stelsel, waarbij de uitvoerende macht berust bij de president en bij de ministers. De ministers worden door de president benoemd en zijn alleen aan hem verantwoording schuldig. De president en de vice-president worden voor vijf jaar gekozen, vanaf 2004 via directe verkiezingen, en zijn daarna weer herkiesbaar (president Soeharto heeft bijvoorbeeld vijf volle termijnen geregeerd). Hij of zij beschikt over het vetorecht inzake wetsvoorstellen (‘Keputusan Presiden’) en heeft verder grote volmachten, met name omdat hij de noodtoestand in het hele land kan uitroepen en tevens opperbevelhebber van het leger is.

De wetgevende macht berust bij het 500 leden tellende parlement (Dewan Perwakilan Rakyat of DPR). Van deze parlementsleden worden er 400 direct door het volk worden gekozen en 100 worden door de president benoemd. Na 2004 zullen deze benoemde zetels voor politie en militairen opgeheven worden.

Het hoogste orgaan is het gekozen Raadgevend Volkscongres (Malejis Permusyawaratan Rakyat), dat sinds 1999 uit 700 leden bestaat en is samengesteld uit de leden van het parlement en uit vertegenwoordigers van regionale en beroepsgroepen; het komt ten minste eens in de vijf jaar bijeen, stelt de politieke richtlijnen vast en kiest de president. Na 2004 zal de raad alleen nog bestaan uit leden van het Huis van Volksvertegenwoordigers en de Regionale Vertegenwoordigers Council, die in de algemene verkiezingen van 2004 zullen worden gekozen. De verwachting is dan dat er door de MPR vakere vergaderd zal worden en een actievere rol zal gaan spelen bij het economische en politieke beleid van de regering. De actuele politieke situatie in Indonesie is beschreven bij het hoofdstuk geschiedenis.

Administratieve indeling

Indonesie Provincies

Photo:Publiek domein

Het land is verdeeld in 24 provincies (propinsi) en drie zogenaamde bijzondere gebieden (daerah's): Jakarta Raya, Yogyakarta en Aceh (Atjeh). Deze drie gebieden hebben allen een speciale vorm van bestuur hebben. De voormalige provincie Oost-Timor verklaarde zich in 1999 onafhankelijk.

De provincies worden bestuurd door gouverneurs (‘gubernur’) die door de president benoemd worden en aan hem of haar verantwoording verschuldigd zijn. De gouverneur heeft een zekere speelruimte op het gebied van onderwijs, religie en ‘adat’ of gewoonterecht.

Elke provincie is in districten (‘kabupaten’ met aan het hoofd een ‘bupati’ of regent)) of gemeenten (‘kotamadya’ die worden bestuurd door een ‘walikota’ of burgemeester). Er zijn meer dan 300 districten en 55 gemeenten. De districten en gemeenten zijn weer onderverdeeld in meer dan 3000 subdistricten (‘kecamatan’ met een ‘camat’ aan het hoofd)), die elk een aantal dorpen (‘desa’) en ‘keluharan’ omvatten. Een desa wordt bestuurd door een ‘kepala desa’, een keluharan door een ‘lurah’.

provinciehoofdstadinwonersoppervlakte
BaliDenpasar3.300.0005.633 km2
BengkuluBengkulu1.600.00019.789 km2
Irian JayaJavapura2.300.000421.981 km2
JambiJambi2.500.00053.436 km2
Jawa BaratBandung45.000.00043.177 km2
Jawa TengahSemarang32.000.00032.549 km2
Jawa TimurSurabaya35.000.00047.923 km2
Kalimantan BaratPontianak4.500.000146.807 km2
Kalimantan SelatanBaniarmasin3.000.00036.535 km2
Kalimantan TengahPalangkarava1.900.000153.564 km2
Kalimantan TimurSamarinda2.500.000210.985 km2
LampungTanjungkarang7.000.00035.385 km2
MalukuAmbon2.000.00077.781 km2
Nusa Tenggara BaratMataram4.200.00020.153 km2
Nusa Tenggara TimurKupang4.000.00047.349 km2
RiauPekanbaru5.100.00094.561 km2
Sulawesi SelatanUjungpandang8.200.00072.781 km2
Sulawesi TengahPalu2.500.00069.726 km2
Sulawesi TenggaraKendari2.000.00027.686 km2
Sulawesi UtaraManado3.000.00019.023 km2
Sumatera BaratPadang4.500.00042.898 km2
Sumatera SelatanPalembang8.000.000109.254 km2
Sumatera UtaraMedan12.000.00071.680 km2
Bijzondere gebiedenhoofdstadinwonersoppervlakte
AcehBanda Aceh4.000.00055.390 km2
JakartaJakarta8.500.000664 km2
YogyakartaYogyakarta3.200.0003.186 km2

Onderwijs

Schoolkinderen Indonesie

Photo:Tetra Pak CC BY-SA 2.0 no changes made

Het Indonesische onderwijsstelsel is vrij eenvoudig van opzet. Belangrijk is dat de Japanse bezetter een einde maakte aan het naast elkaar bestaan van uiteenlopende schooltypen voor verschillende etnische groepen. In plaats daarvan werd de zesklassige basisschool ingevoerd.

De basisschool (‘sekolah dasar’) vormt nog steeds de basis van het Indonesische onderwijsstelsel. Het basisonderwijs is in principe verplicht, vrij toegankelijk en gratis. In 1987 werd de leerplicht ingevoerd voor alle kinderen tussen 7 en 12 jaar. In 1989 ging 98% van de leerplichtige kinderen naar het basisonderwijs. In 1998 werd het basisonderwijs gevolgd door ca. 75% van de kinderen. In stedelijke gebieden lag dit percentage op bijna 90% en op het platteland op bijna 65%. In 1968 was het gemiddelde nog maar 41%.

Daarna volgen er scholen voor het driejarig lager voortgezet onderwijs ( ‘sekolah lanjutan tahap pertama’) en driejarig hoger voortgezet onderwijs (‘sekolah lanjutan tahap atas’). De meeste kinderen die naar de middelbare school gaan, bezoeken de algemeen vormende lagere middelbare school (‘sekolah menengab pertama’), te vergelijken met de vroegere Nederlandse MAVO. Leerlingen die nog verder willen leren, kunnen terecht bij de voortgezette middelbare school (‘sekolah menengab atas’). Een minpunt in het Indonesische onderwijsstelsel is het geringe aantal lagere scholen voor beroepsonderwijs. Binnen het voortgezet middelbaar onderwijs bestaat wat meer variatie. In 2000 volgde gemiddeld meer dan de helft van de kinderen middelbaar onderwijs (1968 13%).

Indonesië heeft voor het hoger onderwijs een zeer divers aanbod, dat wel geconcentreerd is op Java. Er zijn veel beroeps- en technische opleidingen, lerarenopleidingen en universiteiten. Er zijn op dit moment 76 staatsuniversiteiten en bijna 1600 particuliere universiteiten en hogescholen. De kwaliteit van veel particuliere universiteiten is echter niet best. Goede particuliere universiteiten zijn de protestants-christelijke Satya Wacana Universiteit in Salatiga en de katholieke Parahyangan Universiteit in Bandung.

In 1968 volgde slechts 1,6% van de jongeren een of andere vorm van hoger onderwijs. In 2003 bedroeg dit percentage rond de 10% of bijna 3 miljoen studenten.

Gezondheidszorg

Indonesie Vroedvrouwen

Photo:USAID in het publieke domein

De gezondheidszorg in Indonesië is de laatste decennia behoorlijk verbeterd, maar nog steeds niet op een adequaat niveau. Zo waren er in 1999 maar 0,6 bedden op duizend inwoners en niet meer dan 0,2 artsen per duizend inwoners.

De vooruitgang is vooral te zien in de gedaalde kindersterfte en de hogere gemiddelde levensverwachting. De kindersterfte daalde van 89,5 per duizend levend geborenen naar 38 in 2002. De gemiddelde levensverwachting liep vanaf 1967 op van 46 jaar naar 69 jaar in 2003, 66,5 jaar voor mannen en 71,5 jaar voor vrouwen.

Veel aandacht is besteed aan het uitbouwen van de ziekenhuiscapaciteit op het platteland. Het aantal openbare gezondheidscentra steeg vanaf begin jaren zeventig van 1250 naar meer dan 7000. Eerste hulpposten en mobiele gezondheidscentra zijn er nu bijna 30.000. Verder wordt zeer de nadruk gelegd op preventie en aan het verbeteren van voeding en drinkwater.

Typisch Indonesisch

GAMELANMUZIEK

Gamelan Indonesie

Photo:Giovanni Sciarrino CCAttribution-Share Alike 3.0 Unported no changes made

In de muziekwereld wordt de gamelan als een van de hoogst ontwikkelde muzikale kunstvormen ter wereld beschouwd. Gamelanorkesten zorgen vaak voor de muzikale begeleiding van dans- en theatervoorstellingen.

De naam gamelan is afgeleid van ‘gamel’, een Oud-Javaans woord voor handgreep of hamer, omdat de meeste instrumenten van een gamelanorkest slaginstrumenten zijn. De Indonesische term ‘karawitan’ is de verzamelnaam voor zowel de Javaanse als de Balinese gamelanmuziek. Een gamelanorkest kan bestaan uit vijf tot veertig instrumenten, waaronder ‘rebab’ (tweesnarige luit), ‘suling’ (bamboefluit), ‘kendhang’ (houten trommel), ‘bonang’, ‘gender’ en ‘gambang’ (xylofoon).

Bronzen, koperen en ijzeren slaginstrumenten dateren al van de prehistorie, wanneer het eerste gamelanorkest is ontstaan, is niet duidelijk. Het hart van de gamelanmuziek wordt gevormd door de grote bronzen gongs, die tot op kilometers afstand te horen zijn.

Sinds de 19e eeuw komen er ook, vooral vrouwelijke (‘pesinden’), zangpartijen voor in de gamelan. De teksten van de gezangen zijn in een archaïsche of literaire taal geschreven en daardoor zelfs voor de Indonesiërs moeilijk te begrijpen. Er wordt geen bladmuziek gebruikt, maar de meeste composities of ‘gendhing’ zijn nauwkeurig vastgelegd.

De Balinese gamelanmuziek verschilt sterk van de Javaanse. De Balinese vorm kent schrille tonen en levendige ritmes, de Javaanse vorm daarentegen heeft langzame, afgemeten klanken.

BATIK

Batik Indionesie

Photo:MartijnL CC-licentie Naamsvermelding-Gelijk delen 3.0 Nederland no changes made

Batik (betekend: ‘met was tekenen’) is een uitsparings- en versieringstechniek voor textiel die hoogstwaarschijnlijk uit de hindoe-Javaanse periode stamt, maar pas in de 16e eeuw grote bloei bereikte. Iedere streek heeft zijn eigen motieven, zijn eigen kleurengamma en zijn eigen stijl.

De werkwijze is als volgt: met vloeibare was worden patronen op een witte doek of ‘mori’ aangebracht, waarna de stof ondergedompeld wordt in koude verfbaden. Het weefsel neemt dan de kleur van het bad aan op die plaatsen waar geen was is aangebracht. De stof wordt door en door geverfd en na de bewerking is het patroon zowel aan de voor- als aan de achterkant zichtbaar. De oudste kleuren die gebruikt worden zijn indigoblauw en ‘soga, een bruine kleur, die tot 1700 de meest geliefde hofkleur was. Tegenwoordig zijn deze kleuren niet meer plantaardig maar chemisch samengesteld.

Op Java wordt er nog onderscheid gemaakt tussen ‘batik tulis’ en ‘batik cap’ (spreek uit: tjap). Bij het arbeidsintensieve en daardoor dure batik tulis schrijft men als het ware de was, met behulp van een koperen houder met tuitje of ‘canting’, op de stof. Een enkel kleed kan honderden verschillende patronen dragen. Bij batik cap worden de motieven met een houten of koperen stempel aangebracht. Bij batik cap wordt het patroon steeds herhaald en het is de meest gebruikte methode. De komst van de batik cap blies aan het einde van de 19e eeuw de batikindustrie nieuw leven in. Door de massaproductie kon iedereen zich gebatikte stoffen veroorloven en kwam de export van batik van Java naar de buitengewesten op gang. Batik tulis wordt door vrouwen gedaan, de techniek van de batik cap vereist veel meer kracht, en wordt daarom vooral door mannen gedaan.

Tegenwoordig zijn er ook veel machinaal bedrukte batikstoffen (‘batik cetak’) te koop, die massaal door toeristen gekocht worden. Pekalongan op Java staat plaatselijk bekend als Kota Batik ( ‘Batikstad’) en is een belangrijk textielcentrum voor de kleurrijke met de hand vervaardigde batik die voorzien is van streekgebonden patronen. Na Yogyakarta en Solo wordt hier de meeste batik vervaardigd. Pekalongan heeft zelfs een batikmuseum.

Solo is een hoog in aanzien staand centrum van de batikproductie. De batikmotieven in Solonese stijl met hun sombere klassieke kleuren zijn traditioneler en verschillen aanzienlijk van die van Yogyakarta.

Een uitgesproken stijl heeft Cirebon met zijn door Chinese voorbeelden geïnspireerde wolkenmotieven in helder blauw of rood, of de rotstuinen met olifanten en herten van de lusthof Suniaragi. De Sundanese batiks vertonen grote randmotieven van vogels met lange staartveren tussen riet of bamboe, tegen een effen achtergrond. De batik van de noordkust is sterk beïnvloed geweest door de smaak van Chinese en Europese dames.

WAJANG

Wajangpoppen Indonesie

Photo:Jpatokal at the english language wikipedia CC 3.0 Unported no changes made

In engere zin is een wajang (betekent ‘schaduw’ of ‘geest’) een platte of ronde pop, die op Java voor een toneelvoorstelling of een poppenspel wordt gebruikt. In bredere zin wordt onder wajang verstaan al die toneeluitvoeringen waarbij figuren of verhalen uit het wajangrepertoire worden uitgebeeld. Dat kan gebeuren door middel van ongemaskerde acteurs (wajang orang of wajang wong), door middel van menselijke acteurs met maskers op (wajang topèng), met platte buffelleren poppen (wajang kulit) of met ronde houten poppen (wajang golèk). De teksten zijn meestal in het Javaans of Sundanees, soms in het Indonesisch. De liederen worden gezongen in het Kawi of Oud-Javaans.

Wajangpoppen zijn schitterende uitingen van Javaanse kunst. Het zijn geen echte afbeeldingen van mensen, maar schaduwpoppen die de menselijke figuur zo goed mogelijk laten uitkomen in het platte vlak. De grootste pop is soms een meter lang, de kleinste nooit minder dan 23 centimeter.

Wajangvoorstellingen worden gegeven ter gelegenheid of naar aanleiding van ceremoniële en feestelijke aangelegenheden en belangrijke maatschappelijke of huiselijke gebeurtenissen, onder andere om het kwaad af te weren. De filosofie is dat wanneer op het toneel het onheil wordt bezworen, de harmonie in de wereld daarbuiten weer een tijdje is gewaarborgd.

Wajang komt oorspronkelijk alleen voor op Java en Bali, maar is ook daar waar Javanen zich in kolonies hebben gevestigd, zoals in Zuid-Sumatra, Zuid-Borneo en Suriname te vinden. Het schaduwspel met de leren poppen heeft zich verder verbreid naar Noord-Maleisië en Zuid-Thailand. Balinese poppen zijn grover en natuurlijker, en staan dichter bij de oude wajangpoppen. De Javaanse poppen zijn gedurende de laatste twee eeuwen steeds verfijnder geworden.

Economie

Rijstvelden Bali

Photo:Michelle Maria Creative Commons Attribution 3.0 Unported no changes made

Naast het toerisme is ook de nijverheid en de landbouw en visserij van belang voor de economie van Bali. Balinees textiel is wereldberoemd (batik). Verder is de rijstbouw belangrijk. Rijstteelt gebeurt op Sawa’s, veelal in coöperaties waarbij de boeren samen de irrigatie voor hun rekening nemen. Andere producten zijn koffie, suiker, maïs, kokosnoten en tabak. De visvangst bestaat voornamelijk uit tonijnen en sardienen.

Vakantie en bezienswaardigheden

Bali Strand Kuta

Photo:Cameron Kennedy CC Attribution-Share Alike 3.0 Unported no changes made

Bali, met zijn stabiele tropische klimaat, is toeristisch gezien een van de populairste Indonesische eilanden, hoewel het eiland in de 21e eeuw met een aantal bomaanslagen op toeristen te maken heeft gehad die het toerisme ernstige schade toebrachten. Toch blijft het voornamelijk hindoeïstische Bali populair onder toeristen, onder meer vanwege het natuurschoon met prachtige terrasvormige rijstvelden (sawa's) en vulkanen, de vele middeleeuwse monumenten, waaronder de duizenden Balinese tempels en de specifieke Balinese cultuur, zoals de tempelspelen, gamelanmuziek en de danskunst.

De bekendste stranden liggen in het zuiden van Bali, de oostkust is dé plek om te snorkelen. Kuta is de belangrijkste badplaats van Bali met een bruisend nachtleven, Sanur is de oudste badplaats en in tegenstelling tot Kuta meer geschikt voor rust zoekende toeristen. De Balinese gastvrijheid is beroemd, net als de Balinese keuken. Zowel in de droge periode (maart-november) als de in de regentijd (november-maart) is Bali een perfecte vakantiebestemming

Pura Besakih Bali

Photo:Schnobby Creative Commons Attribution-Share Alike 3.0 Unported no changes made

De moedertempel Pura Besakih, tevens de grootste tempel van Bali, bevindt zich midden op het eiland, en bestaat uit ca. 200 bouwwerken verdeeld over dertig complexen. Een van de drukst bezochte tempels en behorend tot de zes belangrijkste tempels van Bali is Pura Tanah Lot, gelegen voor de westkust van Bali en gebouwd boven op een rots en daardoor alleen bij eb te bereiken.

Het Bali Museum bestaat uit vier gebouwen: Tabanan voor muziekinstrumenten en maskers, Karangasem voor sculpturen en schilderijen, Timur voor archeologische vondsten en Buleleng voor textiel. Taman Nasional Bali Barat is een nationaal park in het noordwesten van Bali met een savanne, een gemengd moessonbos en een mangrovebos, waar ca. 160 diersoorten leven en veel bedreigde plantensoorten, waaronder de Indische goudenregen of trommelstokkenboom en de sandelhoutboom.

Gitgit Waterval Bali

Photo:Rainhard Findling CC Attribution-Share Alike 3.0 Unported no changes made

Van de Gitgit watervallen is de grootse 45 meter hoog en daarmee de hoogste waterval van Bali

Gunung Kawi is een in rotsen uitgehouwen complex van candi's of stupa's, Tulamben is een duikgebied waar veel scheepswrakken liggen, Goa Lawah is een heilige vleermuizengrot, Klungkung de resten van een 18e-eeuws koninklijk paleis, Doa Gajah of Olifantsgrot is een 11e-eeuwse grot met hindoeïstische en boeddhistische elementen, Danau Batur is het grootste meer op Bali, Pantai Lovina of Lovina Beach heeft een zwart lavastrand en staat bekend als spotplaats van dolfijnen, Ubud is een prachtige gelegen kunstenaarsdorp en wordt algemeen beschouwd als het culturele middelpunt van Bali, en herbergt tevens een beschermd gebied voor langstaartapen, 'Monkey Forest'.

Klik op de menuknop bovenaan het scherm voor meer informatie

BALI LINKS

Advertenties
• Fox verre reizen van ANWB
• Bali Vliegtickets.nl
• Bali Rondreizen Travelworld
• Bali Tui Reizen
• Vakantie Bali
• Rondreizen Bali
• Bali rondreizen met kinderen
• Rondreis Bali
• Bali Hotels

Nuttige links

Bali Reisstart (N+E)
Duiken, reizen, dieren, landschap, natuur, en foto's Bali (N)
Reisinformatie Bali (N)
Willgoto Indonesië (N)

Bronnen

www.landenweb.nl/indonesie

Wikipedia

CIA - World Factbook

BBC - Country Profiles

laatst bijgewerkt april 2021
Samensteller: Arie Verrijp / Geert Willems