Landenweb.nl

SOMALIE
 

Basisgegevens
  Officiële
  landstaal
  Somalisch
  Hoofdstad  Mogadishu
  Oppervlakte  637.657 km²
  Inwoners  15.574.071
  (mei 2019)
  Munteenheid  Somalische shilling
  (SOS)
  Tijdsverschil  +2
  Web  .so
  Code.  SOM
  Tel.  +252

Geografie en Landschap

Geografie

Somalië ligt in Oost-Afrika aan de Golf van Aden en de Indische Oceaan ten oosten van Ethiopië. Verder grenst Somalië nog aan Djibouti en Kenia. De oppervlakte van Somalië is 637.657 vierkante kilometer. Somalië is daarmee ongeveer 19 keer zo groot als Nederland.

advertentie

Somalië Satellietfoto

Photo:Publiek Domein

Landschap

De kustlijn van Somalië bedraagt ongeveer 3000 km en heeft grote lange witte zandstranden. Het gedeelte van de Indische Oceaan van Mogadishu naar de grens met Kenia heeft een van de langste koraalriffen ter wereld. Het noorden van het land is bergachtig, er is hier weinig plantengroei en landbouw is dus ook onmogelijk. Het grootste gedeelte van het land, het zuiden en westen, is heuvelachtig en heeft vele waterloze vlakten.

Een groot gedeelte van het land bestaat uit droge savannes en is weinig of niet geschikt voor landbouw. Slechts 2% van het totale grondgebied is gecultiveerd. De grootste vruchtbare plekken zijn die langs de twee rivieren, de Giuba of Jubba en de Scebeli, die beide in de Ogaden in Ethiopië uitmonden.

advertentie

benedenloop van de Jubba, Somalië

Photo:Sylvie Doutriaux Creative Commons Attribution-Share Alike 2.0 Generic no changes made

Klimaat en Weer

Somalië heeft hoofdzakelijk een woestijnklimaat. Er zijn twee regenseizoenen, van maart tot juni en van september tot december. De regen stelt echter niet veel voor. In het zuiden valt de meeste regen (300-500 mm per jaar). Droogte is dan ook een van de grootste problemen voor Somalië en de omringende landen. De temperatuur kan oplopen tot 42 ºC aan de noordelijke kuststreek.

Planten en Dieren

Planten

Ondanks dat het grootste gedeelte van het Somalische land droog en woestijnachtig is, heeft het wel een rijke verzameling aan tropische planten. In Somalië komen voor: acacia, apenbroodboom, eucalyptus en palm.

De nationale boom van Somalië is de Commiphora Myrrha, waar mirre van getapt wordt.

Dieren

De meeste dieren leven in het zuiden langs de twee grote rivieren. Hier is het mogelijk om de olifant, leeuw, neushoorn, giraffe, zebra, cheeta, buffel, luipaard en nijlpaard te zien.

Geschiedenis

Ontstaan

In 1960 ontstond de Somalische Republiek uit een samenvoeging van Italiaans Somaliland (het zuidelijke deel) en Brits Somaliland (het noordelijke deel). Ondanks de vorming van een coalitieregering, met een evenredige representatie van de verschillende etnische groeperingen, raakte het land spoedig verwikkeld in een gewelddadige strijd.

Mohamed Said Barre

In oktober 1969 werd de macht overgenomen door generaal Mohamed Said Barre, die een beleid van 'wetenschappelijk socialisme' invoerde. Tijdens zijn bewind kende Somalië een centrale gezagsstructuur waarin (formeel) geen ruimte werd gelaten aan het clansysteem. De belangrijkste clan of afstammingsgroepen in Somalië zijn de Isaak, de Hawiye, de Dir, de Darod, de Digil en de Rahanweyn. De laatste twee behoren tot de Saab-groep en leven oorspronkelijk van de landbouw in het zuiden van Somalië, terwijl de eerste vier groepen traditioneel leefden van nomadische veelteelt en tot de noordelijke Samaal-groep behoren.

Gedurende de jaren zeventig en tachtig groeide het verzet tegen het autocratische en economisch niet succesvolle bewind van Barre. De van Ethiopië verloren oorlog om het Ogadengebied (1977-1978) werkte als een katalysator voor het ineenstorten van de Somalische staat. In het noordwesten van Somalië (het huidige Somaliland) ontstond een breed gesteunde onafhankelijkheidsbeweging, onder leiding van de Isaac clan. Barre trachtte de opstand van deze Somali National Movement (SNM) neer te slaan. Dit leidde tot een meedogenloze burgeroorlog, waarin velen om het leven kwamen en grote materiële schade geleden werd. Duizenden vluchtelingen trokken naar Djibouti en Ethiopië. Deze burgeroorlog heeft een tot op heden onoverbrugbare kloof geschapen tussen de Somalilanders en de rest van Somalië, De oplopende spanningen, teruglopende inkomsten en de dramatische afloop van de Ogadenoorlog betekenden het einde voor Barre. In 1991 verliet hij het land. Somalië stortte in met het uitbreken van de gewapende conflicten tussen op clan- en /of subclan basis georganiseerde milities en facties.

Jaren negentig

Op 18 mei 1991 riep de SNM de onafhankelijkheid uit in Somaliland, waarvan de grenzen overeenkomen met die van het vroegere Brits Somaliland. In augustus 1998 volgden clanleiders in het noordoosten dit voorbeeld en richtten Puntland op dat, in tegenstelling tot Somaliland, enkel streeft naar een semi-autonome status binnen een federaal Somalië. Noch Puntland, noch Somaliland werden en worden internationaal niet erkend als zelfstandige staat. In het centrale en zuidelijke deel van Somalië vormde het eigendomsrecht om beschikbare grond (landbouw en weidegronden, waterplaatsen en infrastructuur) de inzet van gevechten. In combinatie met een ernstige droogte begin 1992 leidde dit tot een enorme hongersnood en internationale voedselhulp in april van hetzelfde jaar. Toen deze hulp inzet van gewapende strijd werd besloot de VN eind 1992 tot een interventie UNITAF (Unified Task Force), met militaire steun van de VS. Ontwapening van de milities mislukte echter. Het internationale wapenembargo op Somalië werd (en wordt) bovendien overtreden. In oktober 1993 raakte UNOSOM (United Nations Operation in Somalia) in conflict met de milities van Generaal Mohammed Farrah Aidid.

De dood van Amerikaanse soldaten en de daarop volgende beelden van een Amerikaanse soldaat die door de straten van Mogadishu werd gesleept leidde in 1994 tot voortijdige beëindiging van de internationale bemoeienis met Somalië. De gevechten tussen de clans werden hervat, de verschillende strijdende facties versplinterden steeds verder en het banditisme raakte wijdverspreid.

Tussen 1991 en 1999 werden internationaal verscheidene pogingen ondernomen de strijdende partijen tot een vredesakkoord te bewegen. Deze mislukten allen.

Vredesbesprekingen

In 2000 organiseerde de Inter-Governmental Authority on Development (IGAD, een intergouvernementele organisatie waar Ethiopië, Eritrea, Kenia, Djibouti, Somalië, Soedan en Uganda lid van zijn) met ondersteuning van de VN in de Djiboutiaanse plaats Arta vredesbesprekingen. Aan deze 'Arta-besprekingen' deelden van mei tot augustus 2000 zo'n 2000 clanoudsten, religieuze leiders en andere vertegenwoordigers van de civil society mee. De delegatieleden bereikten in augustus een akkoord. Er werd een Transitional National Assembly (TNA) gekozen. Abdulkassim Salat Hassan werd voor een periode van drie jaar interim president. In oktober 2000 benoemde hij een Transitional Government (TNG), onder leiding van Ali Khalif Galaydh.

Somaliland, de meerderheid van de Darod/Majerteen, Hawiye en Rahanweyn clan en een aantal krijgsheren in Mogadishu distantieerden zich al snel van het TNG. De tegenstanders sloten begin 2001 een coalitie, in een poging tot een verenigd front te komen. Dit betekende dat de TNG geen draagvlak meer genoot onder de Somalische bevolking. Het geweld nam, met name in het zuiden van Somalië in hevigheid toe. Hierop besloot de IGAD opnieuw een poging te doen tot duurzame vrede en ontwikkeling in Somalië te komen. In oktober 2002 ging in Eldoret en later in Mbagathi, Kenia, een verzoeningsconferentie van start waar, met uitzondering van Somaliland, alle Somalische partijen aan deelnamen.

2004-2008

De conferentie aanvaardde eind januari 2004 de huidige grondwet. Deze voorziet in een federale staatsvorm en een overgangsparlement (TFP). Abdullahi Yusuf Ahmed, tot dan toe president van Puntland, werd in oktober 2004 door het TFP gekozen tot president van de Federale Republiek Somalië voor een termijn van vijf jaar. Met deze verkiezing is het vredesproces formeel ten einde gekomen. Na de inauguratie van president Yusuf op 14 oktober 2004 is de voorgaande overgangsregering TNG officieel afgetreden.

President Yusuf Ahmed wees op 3 november 2004 Ali Mohamed Gedi aan als premier. Gedi was tot zijn benoeming in Somalië werkzaam voor lokale en internationale niet-gouvernementele organisaties (NGO's). De verhuizing van de nieuwe regering en parlement van Nairobi naar Somalië liet tot februari 2005 op zich wachten. Tot op de dag van vandaag ervaart een deel van het parlement en de regering Mogadishu als een zeer onveilig gebied. In de hoofdstad vinden regelmatig gewapende gevechten plaats tussen verschillende belangengroepen. President Yusuf en premier Gedi verblijven vooralsnog in Jowhar. Hun veiligheid wordt gegarandeerd door Ethiopië en de plaatselijke warlord Mohammed Dheere. Als gevolg van deze situatie splitsten het kabinet en het parlement zich op. Naast de 'Jowhar groep' bestaat de 'Mogadishu groep' die onder aanvoering van Sharif Hassan Sheikh Aden staat. Het gevolg was dat het voor het overgangsparlement (TFP) onmogelijk bleek bijeen te komen voor een vergadering. Deze situatie bleef iets langer dan een jaar bestaan tot president Yusuf, begin januari 2006, onder auspiciën van de Jemenitische president, met zijn rivaal Sheikh Aden heeft gesproken. Uit deze vergadering volgde de zogenaamde 'Aden - verklaring', waarin beiden aangeven samen te werken om tot een oplossing van de status-quo te komen. De 'Aden - verklaring' werd gevolgd door een ontmoeting van het (bijna) voltallige TFP op 26 februari 2006 te Baidoa, ten noordoosten van Mogadishu. De vergadering verliep vreedzaam.

In juni 2006 herstelde een alliantie van milities die waren verbonden aan door particulieren opgerichte islamitische rechtbanken de orde in heel de hoofdstad Mogadishu. Het door Ethiopië en de Verenigde Staten gesteunde verbond van Somalische strijders in Mogadishu werd verslagen en verjaagd. De Hoge Raad van Islamitische Rechtbanken (SICC) beschuldigde Ethiopië van een inval in Somalië met duizenden troepen. De TFG en de SICC traden wel in gesprek.

In november en december volgden er gesprekken tussen de SICC en TFG die echter mislukten. Daarna greep Ethiopië met Amerikaanse steun half december militair in om de zwakke TFG te helpen en de islamisten uit te schakelen. De hoofdstad Mogadishu viel op 28 december. In 2007 en 2008 blijft het uitermate onrustig en is er nog steeds aanwezigheid van Ethiopische troepen. In juni 2008 tracht de regering een staakt-het-vuren te bewerkstelligen, maar Hassan Dahir Aweys leider van de Islamisten zegt niet te willen stoppen met vechten tot alle vreemde troepen het land uit zijn.

Piraterij

De jaren 2008 en 2009 staan in het teken van piraterij, piraten kapen schepen en eisen losgeld. Veel westerse landen sturen oorlogsschepen naar de kust van Somalië. In januari 2009 trekt Ethiopië alle troepen terug uit Somalië. In juni 2009 wordt de minister van veiligheid het slachtoffer van een bomaanslag. President Ahmed kondigt de staat van alarm af en vraagt om troepensteun van andere landen om te helpen tegen de strijd tegen het islamisme met name tegen de Al-Shabab militie. In februari 2010 verklaart Al-Shabab officieel dat ze banden hebben met al-Qaeda. In juli 2010 eist Al-Shabab de aanslag in de Ugandese hoofdstad Kampala op. Hier vonden 74 mensen de dood bij een bomaanslag tijdens de finale van het WK voetbal. In september 2010 stapt premier Sharmarke op, hij wordt opgevolgd door Mohamed Abdullahi Mohamed. In 2011 komt Kenia in actie op het grondgebied van Somalië tegen Al-Shabab. In 2012 zijn de eerst verkiezingen sinds 1967.

Recente geschiedenis

In september 2012 wordt Hassan Sheikh Mohamed president van Somalië. De Verenigde Staten erkennen de regering van Somalië in januari 2013 en zeggen in april 2013 militaire steun toe. In september slaat Al-Shabab hard toe in de Keniaanse hoofdstad Nairobi. Meer dan 60 mensen komen om bij een aansla op een winkelcentrum. Volgens Al-Shabab is dat vanwege de Keniaanse steun aan Somalië. In december 2013 wordt premier Abdi Farah Shirdon na onenigheid met de president vervangen door Abdiwelli Sheikh Ahmed. In juni 2014 zijn er besprekingen tussen vertegenwoordigers van de VS en de EU met president Hassan Sheikh Mohamud, het gaat over de slechte politieke situatie en de strijd tegen Al-Shabab. In 20015 en 2016 gaat de strijd tegen Al-Shabab door gesteund door landen van de Afrikaanse Unie. In februari 2016 wordt de zuidelijke havenstad Merca heroverd op Al-Shabab. In februari 2017 wordt Mohamed Abdullahi Mohamed tot president gekozen. In oktober 2017 is er een grote aanslag in Mogadishu met 350 doden, al-Shabab claimt de aanslag.

Bevolking

In Somalië wonen 11.031.386 mensen (2017).

85% van de bevolking is Somalisch, dit volk heeft clans en subclans. De drie hoofdclans zijn de Irir, de Darod en de Saab. Zij bestaan weer uit vele clans en subclans. De Irir heeft de meeste clans en subclans, hieronder bevindt zich ook de Issak, de clan die zichzelf onafhankelijk verklaarde en zich vestigde in Somalië. De overige inwoners van Somalië hebben een Bantoe of Arabische achtergrond.

advertentie

Etnische groepen in Somalië

Taal

De officiële taal van Somalië is het Somalisch. Verder wordt er Arabisch, Engels en Italiaans gesproken.

Godsdienst

Somalië is een (soennitisch) islamitisch land. Een minderheid van de bevolking houdt vast aan animistische gebruiken en hangt inheemse godsdiensten aan of belijdt het Christendom.

Samenleving

Staatsinrichting

De in augustus 2004 ingestelde Transitional Federal Assembly (TFA) telt 275 leden. De vier clanfamilies Hawiye, Darod, Dir en Rahanweyn hebben elk 61 vertegenwoordigers. De minderheidsgroepen hebben samen 31 zetels te verdelen gekregen. Na hun beëdiging op 22 augustus 2004 kozen de leden van het TFA Hassan Sheikh Adan (RRA) uit hun midden tot parlementsvoorzitter. Vanwege geschillen tussen de diverse clans is de TFA deels gevestigd in Mogadishu, deels in Jowhar.

"Somaliland" riep zichzelf in 1991 uit tot onafhankelijke staat en heeft inmiddels een grond- en kieswet. Het democratiseringsproces kreeg in 2001 vorm met de oprichting van politieke partijen. Een jaar later werden er in zes provinciën van Somaliland gemeenteraadsverkiezingen gehouden. In mei 2003 volgde presidentiele verkiezingen die gewonnen werden door Dahir Riyale Kahin. De wetgevende macht bestaat uit 2 kamers. Beide kamers worden bezet door 75 leden. De eerste parlementaire verkiezingen werden in september 2005 gehouden, onder toezicht van internationale waarnemers. De verkiezingen zijn ordelijk, rechtsmatig en transparant verlopen en hebben geleid tot een parlement waarin de Democratic United National Party (UDUB) van president Kahin 33 zetels heeft en de grootste oppositiepartijen Kulmiye (Solidariteitspartij) en de Justice and Welfare Party (UCID) respectievelijk 28 en 21. Zowel mannen als vrouwen hebben vanaf achttien jaar stemrecht. Volgens artikel 5 van de grondwet is de wetgeving gebaseerd op de shari'a (Islamitische wetgeving) en ongeldig als zij hiermee in strijd is. De rechterlijke macht wordt geleid door de president van het Hooggerechtshof. Dit gerechtshof bewaakt de toepassing van de grondwet. In Somaliland zijn geen vakbonden of andere werknemersorganisaties.

Puntland streeft niet naar onafhankelijkheid, maar naar het herstel van een centrale (al dan niet federale) regering in Somalië. Puntland kent momenteel een overgangsgrondwet. De transparantie en effectiviteit van de overheid in Puntland is geringer dan in Somaliland. Puntland kent geen senaat of Hogerhuis, politieke partijen zijn niet toegestaan en er zijn geen vakbonden of andere werknemersorganisaties. De 66 volksvertegenwoordigers in het parlement, waaronder 4 vrouwen, zijn op 30 december 2004 aangewezen door de clanoudsten. Deze vertegenwoordigers kozen op 8 januari 2005 generaal Mohamud Muse Hirsi Ade tot president. De verkiezing van generaal Ade leidde tot tevredenheid van clanoudsten in Somaliland. De shari'a is formeel de basis voor de wetgeving in Puntland. De structuur van de rechterlijke macht omvat rechtbanken, regionale hoven voor beroep en een Hogergerechtshof.

Zowel Somaliland als Puntland hebben eigen veiligheids- en politiediensten. Ook in andere delen van Somalië kan er lokaal sprake zijn van betrekkelijke vrede - en veiligheid. Somaliland als onafhankelijke staat wordt internationaal niet erkend.

Voor de huidige politieke situatie zie hoofdstuk geschiedenis.

Economie

De economie van Somalië is altijd al afhankelijk geweest van landbouw en veehouderij. Deze afhankelijkheid is versterkt doordat de burgeroorlog de toch al kleine industriële sector plat legde. De landbouwsector voorziet in ongeveer 66% van het BNP en bedraagt meer dan de helft van de totale exportinkomsten (2017). Door de jaarlijks terugkerende droogte is de landbouwproductie gelimiteerd tot de kunstprovincies. De productie bestaat voornamelijk uit bananen die in het zuiden van Somalië verbouwd worden. Deze plantages zijn doorgaans uitgerust met moderne irrigatiesystemen en machinerie. De financiële overdrachten door de Somalische gemeenschappen in het buitenland zijn aanzienlijk. Somalië heeft nauwelijks beschikking over natuurlijke hulpbronnen.

Sinds het wegvallen van centraal gezag in Somalië, zijn er weinig of geen economische cijfers gepubliceerd. Ondanks alle conflicten zijn de commerciële netwerken tussen het platteland en de steden blijven functioneren. Dit is met name te danken aan het feit dat deze lokale netwerken relatief gemakkelijk, door gewapende milities, te beschermen zijn. Daarentegen is de (nationale) infrastructuur sterk verwaarloosd. Internationale voedselhulp heeft de goederenmarkt van Mogadishu en andere delen van het land volledig veranderd. Somaliland en Puntland ontvangen hulp voor wederopbouw, veelal via particuliere en VN kanalen.

Er is zo goed als geen formeel economisch beleid in Somalië. In Somaliland wordt belasting geïnd en worden bij de havenplaats Berbera in- en uitvoerrechten betaald. In de rest van het land wordt aan lokale administraties belasting betaald.

De economische groei bedroeg in 2017 2,3%. Het BNP per hoofd van de bevolking behoort tot de laagste ter wereld. Het handelsvolume is laag. Er wordt voor meer geïmporteerd (voornamelijk uit Djibouti en India) dan geëxporteerd (voornamelijk naar de Verenigde Arabische Emiraten).

Vakantie en Bezienswaardigheden

Mogadishu is de hoofdstad van Somalië. Op de Bakara markt is werkelijk van alles te koop aan voedingsmiddelen, kleding en sieraden. De sieraden zijn goedkoop en geven een Afrikaanse etnische kleur aan wie ze draagt. Het straatvoedsel is onweerstaanbaar en gemaakt met eenvoudige en elementaire specerijen uit Somalië. Pas wel op vanwege de hygiëne en het klimaat.

De oude Stad van Shanghai is een belangrijke toeristische attractie van Somalië. De oude stad staat bekend om haar natuurschoon. De architectuur van de plaats is ook opmerkelijk. Deze Somalië stad wordt momenteel bestuurd door de rijke middenstand en de krijgsheren van de stad.

Sinbusi strand is een van de meest gewilde stranden van het land. Op slechts 5 kilometer afstand van de stad Merca biedt dit prachtige strand een romantische aanblik. Je kunt er een strandhut huren met alle moderne badkamer en keuken faciliteiten.

Raadpleeg voor een bezoek aan Somalië eerst het reisadvies van het ministerie van Buitenlandse zaken.

Klik op de menuknop bovenaan het scherm voor meer informatie

SOMALIE LINKS

Advertenties
• Somalie Vliegtickets.nl
• Tradetracker plaats advertenties en verdien geld
• Vakantieveilingen bied mee op de beste deals

Nuttige links

Reisinformatie Somalië (N)
Somalië Startnederland (N+E)

Bronnen

Elmar Landeninformatie

CIA - World Factbook

BBC - Country Profiles

laatst bijgewerkt mei 2021
Samensteller: Arie Verrijp / Geert Willems