BHUTAN   

Vroege historie en Middeleeuwen

Archeologische vondsten wijzen tot nu toe uit dat de eerste bewoners van de laag gelegen valleien in Bhutan tussen 2000-1500 v.Chr. nomadische herders waren, waarbij de Manas Chhu Vallei gebruikt werd als handelsroute tussen India en Tibet. Een aantal eerste bewoners van Bhutan waren volgers van Bon, een animistische religie die vrij algemeen was in dit deel van de Himalaya vóór de komst van het boeddhisme. Men denkt dat Bon in de 6e-eeuw n.Chr. in Bhutan geïntroduceerd werd en het boeddhisme in de 2e eeuw, hoewel de meeste historici het er over eens zijn dat de eerste boeddhistische tempels, waaronder Kyichu Llakhang in de buurt van Paro en Jampey Llakhang in Bumthang, in de 7e eeuw gebouwd zijn, onder de Tibetaanse koning Songtsen Gampo. Over die eerste eeuwen na Christus is veel bronnenmateriaal door branden in de 19e-eeuw en in 1907, en door de aardbeving van 1897, verloren gegaan.
Guru Rinpoche (ook wel Padmasambhava), is een van de belangrijkste Bhutaanse historische, met mythische verhalen omgeven en religieuze figuren, want zijn bezoek aan Bumthang in 746 wordt algemeen beschouwd als de echte introductie van het boeddhisme in Bhutan. Guru Rinpoche was uitgenodigd door de koning van Bumthang om onder andere boze geesten uit zijn land te verdrijven. Als dank daarvoor bekeerden de koning en vele anderen zich tot het boeddhisme. Guru Rinpoche zou ook nog een bezoek hebben gebracht aan het huidige Bhutan tijdens de regeerperiode van Muthri Tsenpo (764-817), de zoon van de 38e Tibetaanse koning Trisong Detsen (742-ca. 800).

Guru Rinpoche, grondlegger van het tantrisch boeddhisme foto: secretlondon

De kleinzoon van Trisong Detsen, Langdharma, regeerde over Tibet van 836 tot 842. Hij was een aanhanger van de Bon-religie, verbood het boeddhisme, verwoestte veel religieuze gebouwen en verbande zijn broer, prins Tsangma, naar Bhutan. Samen met Tsangma zouden toen ook veel boeddhistische monniken uit Tibet gevlucht zijn naar Bhutan. Niet lang hierna werd Langdharma vermoord en het boeddhisme weer geherintroduceerd in Tibet. Het land verkeerde in chaos en ook nu namen veel Tibetanen de vlucht naar Bhutan.

In die tijd was er geen centraal gezag op het grondgebied van het huidige Bhutan. In plaats daarvan ontstonden er vanaf het begin van de 9e eeuw verschillende koninkrijkjes, waarvan het koninkrijk Bumthang de meest prominente was. Wel hadden gevluchtte Tibetaanse monniken zich religieus en cultureel verankerd in Bhutan. In die tijd werden de vruchtbare valleien van Bhutan langzaam maar zeker bezet door Tibetaans-Mongoolse militairen; in de 11e eeuw was geheel Bhutan bezet door deze legers. Al vanaf de 10e-eeuw werd de politieke ontwikkeling van Bhutan hevig beïnvloed door de religieuze geschiedenis. Na een periode in Tibet waarin het boeddhisme weer bedreigd werd, ontstonden er vele twisten tussen allerlei onderafdelingen, die tot de 14e-eeuw beschermd werden door de Mongoolse opperheren. In die tijd was de Gelugpa of Gele Hoed-school van het Tibetaanse boeddhisme, gesticht door Je Tsongkhapa (1357-1419), na een anarchistische periode in Tibet, zo overheersend, dat veel Tibetaanse monniken van onderafdelingen vluchtten naar Bhutan.

Je Tsongkhapa, oprichter van de Gelugschool van het Tibetaans boeddhisme foto: Tibetan Museum Society

Onder deze monniken was de stichter van de Lhapa Kagyu-school, Gyalwa Lhanangpa, een onderafdeling van de Kagyu-school, vandaag de dag een van de zes belangrijkste scholen van het Himalayaans-Tibetaanse boeddhisme. De Lhapa waren stichters van een aantal strategisch gelegen 'dzongs', gefortificeerde kloosters. Hoewel de Lhapa-onderafdeling in de 12e eeuw onder druk gezet werd door de Drukpa Kagyu-school uit Ralung in Tibet, een andere onderafdeling geleid door de Tibetaanse monnik lama Phajo Drugom Shigpo (1184-1251), bleef zij mensen bekeren tot in de 17e-eeuw. Lama Gyalwa Lhanangpa werd verslagen door lama Phajo Drugom Shigpo en de laatste wordt algemeen beschouwd als de grote man achter de ontwikkeling van de Bhutaanse vorm van het boeddhisme door veel Bhutanen te bekeren tot de Drukpa Kagyu-school.
Tussen de 12e en 17e-eeuw bleven de twee scholen echter vijandig tegenover elkaar staan. In deze periode kreeg Bhutan vaak bezoek van belangrijke Druk Kagyu-leraren uit Ralung, waaronder lama Ngawang Chhogyel (1465-1540) en zijn zonen, die diverse kloosters en tempels bouwden, waaronder Druk Choeding in Paro en Pangri Zampa en Hongtsho Goemba in de buurt van de hoofdstad Thimphu. Een andere opmerkelijke en belangrijke Druk Kagyu-leraar was Drukpa Kunley (1455-1529), die nog steeds zeer gewaardeerd wordt door de Bhutanen en geassocieerd wordt met de prachtige tempel van Chimi Lhakhang.

Drukpa Kunley, belangrijke Drukpa-leraar in Bhutan afbeelding:Publiek domein

In de 16e eeuw was de politieke arena in Bhutan nog erg versnipperd, lokale heersers controleerden elk een stukje van Bhutan en vochten vele conflicten uit met andere lokale heersers. Vele kloosters streden om superioriteit en lama's uit West-Bhutan probeerden hun invloed richting Oost-Bhutan uit te breiden.

Deze situatie veranderde vanaf 1616 ingrijpend, toen lama Ngawang Namgyal (1594-1651) vanuit Ralung afreisde naar Bhutan. Hij zou een reïncarnatie zijn van de stichter van het Ralung-klooster, Tsangpa Gyarey. Dit werd echter betwist door een heerser van een ander prinsdom in Tibet, en Ngawang Namgyal vluchtte min of meer naar Bhutan. Op zijn reis door West-Bhutan versterkte hij ook zijn politieke kracht en al snel werd hij algemeen beschouwd als de religieuze leider van Bhutan met als titel Zhabdrung Rinpoche. Onder zijn bewind werden de 'dzongs' gebouwen met een civiele, religieuze en militaire functie; de eerste op deze manier gebouwde dzong was die van Simtokha, net buiten de hoofdstad Timphu.

Simtokha Dzong, Bhutan foto: Christopher J. Fynn

Ngawang Namgyal werd al snel bestreden door een coalitie van vijf lama's onder leiding van lama Palden en in 1629 werd de Simtokha-dzong aangevallen. Deze aanval werd afgeslagen, maar de coalitie versterkte zich daar met een groep Tibetanen en bleef oppositie voeren tegen Ngawang Namgyal. Maar uiteindelijk won hij de strijd, de Tibetanen werden verschillende keren verslagen, uiteindelijk definitief na een alliantie met koning Singye Namgyal van Ladakh. In 1639 erkende Tibet Ngawang Namgyal als de enige echte autoriteit in geheel Bhutan. Hij versterkte meteen zijn macht door vriendschappelijke relaties aan te gaan met Rama Shah, de koning van Nepal, en met Raja Padmanarayan van Cooch Behar in India. Tevens stond de koning van Ladakh het toe dat Ngawang Namgyal zich op een aantal plaatsen in Tibet mocht vestigen met als doel meditatie en verering, onder andere op de hellingen van de heilige berg Kailash. Deze situatie duurde voort totdat Tibet in 1959 werd overgenomen door China.

In Tibet woedde ondertussen een strijd tussen de boeddhisten van Nyingmapa ('rode hoed') en Gelugpa ('gele hoed'), die geleid werden door de Dalai Lama. De Dalai Lama werd gesteund door de Mongoolse leider Gushri Khan, die de Tibetaanse Tsang-provincie binnenviel, daar de Ringpong-dynastie verdreef die vervangen werd door het Gelugpa-geslacht. In 1644 vielen de Mongolen en Tibetanen Bhutan aan, maar konden niet overweg met de hitte en de vele bossen in Bhutan. Ngawang Namgyal voerde zelf het verzet aan en wist stand te houden. Om nog eens zo'n inval te voorkomen en als herdenkingsmonument werd in 1647 aan het begin van de Paro-vallei de Drukyel Dzong gebouwd. Enkele jaren later, in 1648 en 1649, probeerde een van de machtigste Dalai Lama's ooit van Tibet, genaamd 'de Grote vijfde', opnieuw de macht van Ngawang Namgyal te breken, maar elke poging mislukte jammerlijk. Door deze successen versterkte Ngawang Namgyal zijn macht en zijn uitstekende leger gaf hem controle over het hele land. Minyur Tenpa, door Ngawang Namgyal aangesteld als gouverneur van de regio Trongsa, ondernam actie om alle valleien in het midden en oosten van Bhutan te verenigen onder het bewind van de Ngawang Namgyal. Deze acties werden voltooid in 1655, tegelijkertijd werden er weer vele dzongs gebouwd. In 1627 arriveerden ook de eerste westerse bezoekers in Bhutan, de Portugese jezuïeten-missionarissen en ontdekkingsreizigers Estêvão Cacella (1585-1630) en João Cabral (1599-1669), die van Calcutta in India naar Shigatse in Tibet reisden. Ze verbleven op hun reis een maand in Cheri Goemba, noordelijk van Thimphu, bij de Zhabdrung. Ngawang Namgyal had in zijn tijd een duaal regeringssysteem ingevoerd, bestaande uit een religieus leider, de Je Khenpo, en een burgerlijk leider, de Druk Desi.

Bhutan kaart 17e eeuw Foto:Publiek domein

Ngawang Namgyal overleed in 1651, maar om onrust en chaos te voorkomen werd zijn dood bijna vijftig jaar verborgen gehouden. Hij werd in 1651 wel opgevolgd door zijn minderjarige zoon en in 1680 door zijn halfbroer, die ook nog minderjarig was. Zij stonden onder controle van de Druk Desi en de tot in de 21e eeuw machtige Je Khenpo. In die eerste opvolgingsperiode kreeg Bhutan een conflict met Tibet en Sikkim, en in de tachtiger jaren van de 17e-eeuw en in 1700 viel Bhutan Sikkim binnen. Bhutan op haar beurt werd in 1714, geholpen door Mongolië, binnen gevallen, maar kregen het land niet onder controle. Bhutan kreeg het wel voor het zeggen in het Indiase Cooch Behar, dat Bhutan om hulp had gevraagd na de inval van het Zuid-Aziatische islamitische Mogolrijk, dat in de 17e eeuw bijna het gehele Indische subcontinent omvatte. Cooch Behar lukte het met behulp van Bhutan om de Mogols buiten de deur te houden, maar daardoor kreeg Bhutan wel veel politieke invloed in Cooch Behar en er werd een Bhutaans garnizoen gestationeerd, dat samen met een leger van Cooch Behar in 1770 Sikkim binnenviel. In 1772 werd een protégé van de Druk Desi van Bhutan met behulp van Britse troepen geweerd van de troon en werd Cooch Behar een gebied dat onder controle stond van de British East India Company.

Bhutan onder Brits bewind

Nadat Cooch Behar door de Britten bevrijd was van Bhutan, pakten de Britten meteen door en vielen in 1772-1773 Bhutan binnen. De Druk Desi van dat moment riep de hulp van de Panchen Lama van Ladakh in, maar die keerde zich tegen Bhutan door meteen Tibets claim op Bhutan op te voeren. De Druk Desi werd zo in een hoek gedreven en tekende op 25 april 1774 een vredesovereenkomst met de Britten, waarbij de grenzen van Bhutan van vóór 1730 in het verdrag werden opgenomen, er symbolisch vijf paarden aan de Britten werden geschonken die tevens toestemming kregen om hout te kappen in Bhutan. Voor Bhutan was het gunstig dat er voortaan gehandeld kon worden tussen Bhutan en Brits India. In 1784 stonden de Britten het toe dat er Bhutanezen aangesteld werden om het Duars-gebied in Bengalen te beheren en mochten de inkomsten daarvan houden. De Bhutanees-Britse relatie werd geplaagd door veel grenstwisten, in 1787 werd een afgezant naar Calcutta gestuurd om te onderhandelen, in 1815 en 1838 werd een gezantschap naar Thimphu gestuurd. In 1838 werd overeengekomen dat Bhutanese militairen die Assam, sinds 1827 een onderdeel van Brits-Indië, binnengevallen waren, uitgeleverd werden, vrije en ongelimiteerde handel tussen India en Bhutan en een betalingsregeling van de Bhutaanse schuld aan de Britten. In een poging om de onafhankelijkheid te waarborgen weigerde Bhutan echter het verdrag te ondertekenen. Met name het punt over Assam was onverteerbaar voor de Bhutanezen. Bhutan controleerde al enkele decennia een gedeelte van Assam, en betaalde daar jaarlijks een bedrag over aan de Britten, en fricties tussen Bhutan en de Britten over dit gebied dateerden al sinds 1826. Die betalingen werden steeds slechter betaald en dat leidde in 1834 tot een geslaagde inval van de Britten in Bhutan. In 1841 annexeerden de Britten Assam Duars en betaalden Bhutan daarvooor jaarlijks 10.000 Rupees, gevolgd door het Duars-gebied in Bengalen in 1842.

In 1852 vertrok er een delegatie uit Bhutan naar Calcutta in India om te onderhandelen met de Britten, onder andere voor een compensatiebedrag voor het verlies van de Duars-gebieden. Maar de Britten weigerden, en in de plaats daarvan verlaagden het bedrag voor Assam Duars van 10.000 tot 7000 rupees. Er volgden meer grensincidenten en Britse troepen verzamelden zich aan de grens met Bhutan. Omdat de Britten in 1857-1858 te maken kregen met de Sepoy-opstand, roken Bhutaanse troepen hun kans en vielen in 1862 Sikkim en Cooch Behar binnen. De Britten stopten onmiddellijk met alle compensatiebetalingen en eisten van de Druk Desi de vrijlating van alle gevangenen en teruggave van gestolen goederen. In 1864 stuurden de Britten een vredesmissie naar Bhutan omdat daar een burgeroorlog was uitgebroken, maar Bhutan weigerde de uitgestoken hand van de Britten en dat leidde tot een oorlogsverklaring in november 1864 van de Britten. De zogenaamde Duar-oorlog (1864-65) duurde maar vijf maanden, want was een ongelijk strijd tussen het eenvoudige leger van Bhutan en het moderne van de Britten. Op 11 november 1865 werd het Verdrag van Sinchula getekend, waarbij Bhutan een aantal gebieden moest inleveren in ruil voor een jaarlijks bedrag van 50.000 rupees.

Toch braken er een de jaren zeventig en tachtig van de 19e-eeuw weer conflicten uit tussen regionale rivalen, uiteindelijk resulterend in de opkomst Ugyen Wangchuck (1862-1926), de ponlop van Tongsa. Hij wist uiteindelijk zijn land te verenigen na verschillende burgeroorlogen en opstanden in de periode 1882-85. Tevens hielp hij de Britten in hun onderhandelingen met Tibet over vrije handel. Voor zijn bijdrage aan de Anglo-Tibetaanse Conventie van 1904 werd hij geridderd door de Britten en dat vergrootte zijn macht in Bhutan aanzienlijk.

De opkomst van Ugyen Wangchuck ging samen met de overtuiging dat het duale politieke systeem uit de tijd en ineffectief was. Hij verving zijn belangrijkste rivaal, de ponlop van Paro, en installeerde een familielid, een lid van de pro-Britse Dorji-familie, in zijn plaats. In 1903 stierf bovendien de laatste Zhabdrung en toen er in 1906 nog geen reïncarnatie verschenen was, kwam ook de burgerregering onder controle van Ugyen Wangchuck. Uiteindelijk werd de 54e en laatste Druk Desi gedwongen om terug te treden, en ondanks dat er nog reïncarnaties van Ngawang Namgyal werden gesport, kwam er er een definitief einde aan het Zhabdrung-systeem.

Kaart van Brits-Indië in 1909 afbeelding: publiek domein

In november 1907 kwamen er boeddhistische monniken, regerings-officials en hoofden van belangrijek families samen om een einde te maken aan het zieltogende, 300-jaar oude duale regeringssysteem en werd een nieuwe absolute monarchie uitgeroepen. Ugyen Wangchuck werd vervolgens uitgeroepen tot eerste Druk Gyalpo (draken koning), wat in westerse ogen de functie van koning zou zijn. De Britten stemden volledig in met deze gang van zaken. Ugyen Wangchuck heerste van 1907 tot 1926 en de Dorji-familie werd aangesteld als erfhouder van de Gongzim-functie, de belangrijkste regeringspositie.

In 1910 viel China Tibet binnen en de Dalai Lama was genoodzaakt om te vluchten naar India. Maar China claimde niet alleen Tibet, maar ook Bhutan, Nepal en Sikkim. Door deze ontwikkelingen werd de saamhorigheid tussen Groot-Brittannië en Bhutan weer hechter. Dit wer bevestigd doorhet Verdrag van Punakha, waarbij de schenking van 50.000 rupees werd verhoogd naar 100.000 rupees en de Britten beloofden zich niet te bemoeien met het binnenlandse beleid van Bhutan. Op hun beurt beloofden Bhutan te luisteren naar de adviezen van Groot-Britteannië op buitenlands gebied. Dit verdrag zorgde er tevens voor dat de China afzagen van hun claims op Bhutan en kwam er er eend eeinde aan de meer dan 1000 jaar lange Tibetaans-Chinese invloeden op Bhutan. Koning Ugyen Wangchuk stierf in 1926 en werd opgevolgd door diens zoon Jigme Wangchuk, op dat moment 24 jaar oud, die regeerde tot 1952.

Ugyen Wangchuck, eerste koning van Bhutan Foto:John Claude White

De regeertijd van de eerste twee koningen van Bhutan werd gekenmerkt door politieke stabiliteit en economische vooruitgang, ondanks dat bijvoorbeeld de regeerperiode van Jigme Wangchuck midden in de grote economische crisis van de dertiger jaren van de 20e-eeuw en de Tweede Wereldoorlog viel. Jigme Wangchuck verbeterde het administratieve en belastingsysteem en bracht het hele land onder zijn controle.

Na de onafhankelijkheid van India op 15 augustus 1947, erkende de nieuwe Indiase regering Bhutan els een onafhankelijk land. Dat werd nog eens bevestigd door een verdrag dat in 1949 door India en Bhutan ondertekend werd. Verder werd overeengekomen dat India zich niet meer zou bemoeien met de binnenlande zaken van Bhutan, en Bhutan zich aan het buitenlandse beleid van India zou confomeren. Verder kreeg Bhutan een stukje land terug in het zuidoosten, inclusief Dewangiri, dat door de Britten geannexeerd was.

Wangchuk Familie Bhutan Foto:John Claude White

Koning Jigme Wangchuck overleed in 1952 en werd opgevolgd door zijn zoon Jigme Dorji Wangchuck, die onderwijs had genoten in India en Engeland en vloeiend Tibetaans, Engels en Hindi sprak. Om de relatie met India te verstevigen nodigde hij in 1958 de premier van India, Jawaharlal Nehru, en zijn dochter Indira Gandhi uit voor een bezoek aan Bhutan.

In 1959 nam China Tibet over, en werd het voor Bhutan duidelijk dat om zoiets te voorkomen, een politiek van isolationisme gevaarlijk zou zijn en men zich beter kon aansluiten bij een aantal internationale organisaties. In 1961 zette Bhutan in op een proces van geplande ontwikkeling, en in 1962 werd daartoe aangesloten bij het zogenaamde Colombo Plan, een organisatie die zich richt op samenwerking op regeringsniveau voor de economische en sociale ontwikkeling van de Aziatisch-Pacifische regio. In 1961 werd een eerste vijfjarenplan opgesteld, waarbij India hielp met het financieren en de bouw van het grote hydro-elektrische project Chhukha in West-Bhutan. Niet alle Bhutanezen waren het overigens eens met alle veranderingen. Er waren confrontaties tussen rivaliserende groepen, en op 5 april 1964 werd een belangrijke voorstander van verandering, premier Jigme Palden Dorji, vermoord in Phuentsholing. De resultaten die het beleid van de koning in het binnenland bereikte waren indrukwekkend: In 1953 stelde hij de Nationale Vergadering in ('Tshogdu') en hij schreef een twaalfdelige wettekst. Verder schafte hij de slavernij af, voerde landhervormingen door en richtte het koninklijk leger en een politiemacht op. In 1968 kreeg het land voor het eerst een regering met ministers. Het rechtssysteem werd hervormd door de rechterlijke macht van de uitvoerende macht te scheiden en er werd een hooggerechtshof in het leven geroepen. Maar hoewel hij Bhutan aan de hand nam de moderne tijd in, bleef hij benadrukken dat de traditionele Bhutaanse cultuur nooit verloren mocht gaan.

Koning Jigme Dorji Wanchuck stierf al op 44-jarige leeftijd en werd in 1972 opgevolgd door zijn 16-jarige zoon Jigme Singye Wangchuck (1955-). Hij werd op 2 juni 1974 als vier koning van Bhutan gekroond, maar de eerste jaren van zijn bewind was de invloed van zijn moeder Kesang Choden (1930-) nog groot. Belnagrijk voor de ontwikkeling van Bhutan was ook dat voort het de internationale pers uitgenodigd werd vom de kroning bij te wonen. Jigme Singye Wangchuck genoot net als zijn vader onderwijd in India en Engeland, maar ook aan de Ugyen Wangchuck Academie in Paro. Zijn wens was om het moderneringsbeleid van zijn vader voort te zetten en Bhutan economisch onafhankelijk te maken. Tevens wilde hij door allerlei andere maatregelen bereiken dat zijn volk gelukkiger zou worden, wat uitgedrukt werd door het begrip Bruto Nationaal Geluk (BNG). Die economische onafhankelijkheid is dan geen doel op zich, maar een middel om het BNG te vergroten.

Jigme Singye Wangchuck benadrukte de modernisering van het onderwijssysteem, de gezondheidszorg. ontwikkeling van het platteland en de communicatie. Tevens was hij de architect van de Bhutaanse politiek op het gebied van milieu en natuurbescherming, waarbij de ecologie belangrijker wordt geacht dan commerciële belangen. In 1988 trouwde Jigme Singye Wangchuck met de vier zussen Ashi Dorji Wangmo, Ashi Tshering Pem, Ashi Tshering Yangdon en Ashi Sangay Choedon.

In 1998 nam hij een belangrijke beslissing door zijn absolute macht op te geven en nauw te gaan samenwerken met de Nationale Vergadering en de Raad van Ministers en werd het systeem van ministeriële verantwoordelijkheid ingevoerd.

Jigme Dingye Wangchuck, vierde koning van Bhutan Foto:Publiek domein

In december 2005 kondigde Jigme Singye Wangchuck zijn troonsafstand ten behoeve van zijn oudste zoon prins Jigme Khesar Namgyel Wangchuck aan, en op 14 december 2006 trad hij daadwerkelijk af. Tevens zorgde hij ervoor dat Bhutan in juli 2008 was veranderd van absolute monarchie in een democratische constitutionele monarchie onder het motto 'de monarchie is niet de beste regeringsvorm omdat een koning koning is geworden vanwege zijn geboorterecht en niet vanwege zijn verdiensten'.

Jigme Khesar Namgyel Wangchuck Bhutan Foto:Royal Family of Bhutan

In december 2007 werden de verkiezingen voor het 25-koppige hogerhuis, de Eerste Kamer als ware, gehouden. De verkiezingen voor de 47-koppige Tweede Kamer werden in maart 2008 gehouden. De Bhutan Harmony Party (Druk Phuensum Tshogpa), die voor de monarchie is, won zeer overtuigend met 44 van de 47 zetels. Op 6 november 2008 werd Jigme Khesar Namgyel Wangchuck gekroond als vijfde koning van Bhutan.

Tsehring Tobgay, premier van Bhutan foto: Tsehring Tobgay

In juli 2013 won de oppositie, de Democratische Volkspartij van Tsehring Tobgay, de verkiezingen en hij werd ook premier. In februari 2016 kondigen de koning en koningin de geboorte aan van kroonprins Jigme Namgyal Wangchuck.


BHUTAN LINKS

Advertenties
• SRC Cultuurvakanties Bhutan
• Azie Vliegtickets WTC
• Bhutan Sawadee Reizen
• Hotels Bhutan
• Eliza was here

Nuttige links

Bhutan Reisstart (N+E)
Reisbijbel Bhutan (N)
Reisinformatie Bhutan (N)
Romans over Bhutan (N)
Telefoongids Bhutan
Willgotot Bhutan (N)
Schrijf uw artikel over BHUTAN

Bronnen

BBC - Country Profiles

Brown, Lindsay / Bhutan
Lonely Planet

CIA - World Factbook

Dorje, Gyurme / Bhutan Handbook
Footprint

Elmar Landeninformatie

Jordans, Bart / Bhutan : a trekker's guide
Cicerone

Pommaret, Fran├žoise / Bhutan : Himalayan mountain kingdom
Odyssey

Te gast in Bhutan
Informatie Verre Reizen

laatst bijgewerkt October 2017
Samensteller: Arie Verrijp / Geert Willems