Landenweb.nl

INDONESIE
rondreis MH deel 2f

I N D O N E S I E

MEER REISINFO EN FOTO’S TE VINDEN OP ONZE TRAVELBLOG:
WWW.TANGATANGA.COM/HERLINDEMARC

MUNDUK is een klein plaatsje hoog in de centrale Balinese bergen (+/- 800 meter), gebouwd bovenop een kam tussen 2 prachtige groene valleien. Het koele klimaat leent zich tot het verbouwen van groenten en fruit, vooral koffie-, cacao-, bananenplantages, maar ook rijstvelden, de vanille orchidee en verschillende soorten kruiden sieren de groene berghellingen. Aan water geen tekort, heldere rivieren, met meerdere prachtige watervallen, stromen de bergen af. In dit aangename wandelgebied verblijven voornamelijk Franse toeristen. Anderen maken wel eens een daguitstap hiernaartoe vanuit Lovina, waar we bijna enkel Nederlanders en Duitsers tegenkwamen.
Onze verplaatsing van Lovina naar Munduk loont weerom de moeite. Ongeveer 40 km leggen we af in 4 uren tijd, gebruik makend van 3 verschillende vervoersmiddelen. Het laatste hiervan is het meest vlotte. Terwijl we van meerdere locale mensen de informatie kregen dat er bemo ’s (locaal vervoer per minibusje) rijden op dit deel van het traject, bestaat het openbaar vervoer hier enkel uit motorfietsen, … waarop we ons elk met 2 rugzakken (een zware achteraan, een lichtere vooraan) niet echt zien zitten … We beslissen te liften, hebben onmiddellijk succes en komen in de bak van een kleine vrachtwagen terecht. Terwijl we de berg opslingeren, worden we door de mensen onderweg nagekeken … ze beginnen te lachen en wuiven ons toe … tot we een 15-tal km verderop voor een hotelletje worden afgezet.
Het ietwat koelere klimaat in Munduk vinden we super, het is hier ’s avonds nog zo’n 22 °C warm … wat voor ons echter ‘koud’ aanvoelt, we trekken een fleecetrui aan. Wat is het hier toch rustig na een verblijf langs de drukke weg van Lovina met zijn talrijke hotelletjes, restaurantjes en mannen die onophoudelijk ‘vervoer’ aanbieden. In verhouding hiermee waren de toeristen in de minderheid …
Met een ‘handgetekende’ wandelkaart van ons hotelletje, gaan we op stap. We willen vandaag de 4 watervallen in de vallei gaan bewonderen. Overal krijgen we te horen, dat we deze niet kunnen vinden zonder gids … en inderdaad, de andere westerlingen op ons pad, zijn allen vergezeld van een gids. Dit kan ons alleen maar helpen om het pad te vinden … ?.
Na wat vragen vinden we het beginpunt van onze wandeling en dalen af naar de eerste mooie krachtige waterval. Hier is vlakbij een parking gesitueerd, we zien er dan ook wat andere toeristen. Eens we verder gaan, ontmoeten we deze echter niet meer, tot we bijna gans op het einde van de wandeling nog eens 3 mannen met gids tegenkomen.
We genieten van onze tocht over een smal paadje dat tussen plantages van koffie, cacao, bananen, vanille, allerlei kruiden, … slingert. Hier en daar passeren we een huisje, geen enkele vorm van afval siert ons pad en zijn zeer propere omgeving. De mensen groeten ons vriendelijk en antwoorden zonder probleem op onze vraag: ‘other waterfall ?’.
Om de watervallen van nabij te zien, moeten we het paadje verlaten om via een zeer smal paadje verder af te dalen. Vooral de 4de en laatste waterval loont de moeite. Hij dondert van grote hoogte neer en is nog indrukwekkender dan de eerste, die ‘de’ toeristische trekpleister is.
Een stevige klim brengt ons terug naar Munduk, we komen doorheen een cacaoplantage met vruchten in elk stadium van de groei … wat een prachtige kleuren: groen, bordeaux, rood, geel, oker, … en bruin, maar deze laatste zijn verrot ! Een man die ons ziet staan, komt uit zijn huisje en biedt ons een rijpe cacaovrucht aan.
Een tweede wandeling brengt ons naar de andere vallei, waar we midden tussen de rijstveldjes uitkomen. Weerom een schitterende omgeving, we volgen irrigatiekanaaltjes en wanen ons eventjes op Madeira. Af en toe komen we langs een huisje of moeten we zelfs een erfje oversteken, telkens weer vriendelijk verwelkomd door de bewoners. De felgroene terrassen met de jonge rijstplanten in het water zijn een lust voor het oog, hier en daar een hoge palmboom, op de achtergrond de bergen, ... Hierbij vergeten we de steile klim die aan het einde van onze tocht zal volgen … het is de moeite waard !
Om 5.30 u staan we op, want de Bemo’s (minibusjes die het zeer beperkte openbare vervoer hier verzorgen) rijden slechts tussen 5.00 u en 6.30 u. De nachtwaker staat ons reeds op te wachten met een meeneem ontbijtje, hij zal een Bemo voor ons stoppen. Het versleten busje geraakt nog goed de berg op, de smalle weg kronkelt steil omhoog. We genieten van de mooie omgeving en laten ons afzetten in Candikuning, waar we eerst de ‘Bali botanische tuin’ gaan bezoeken. De naam is vergezocht, het is eerder een goed onderhouden park met een aantal Balinese beelden langs asfaltwegjes. We stappen tot aan een uitzichtpunt over het Danau Bratan meer. Het zicht wordt echter sterk beperkt door de laaghangende wolken, die vandaag maar geen plaats ruimen voor het warme zonnetje.
In Pancasari wandelen we naar het Danau Buyan meer, tussen de aardbeienveldjes en -verkopers door. We willen van hieruit te voet naar ons hotelletje terugkeren, over een pad langs 2 grote meren (Danau Buyan en Danau Tamblingan), waarna we een 500-tal meter moeten afdalen naar Munduk, onze verblijfsplaats. In totaal is dit zo’n 15 km stappen, wat geen probleem mag zijn.
De ticketverkoper weet ons te vertellen dat het momenteel onmogelijk is om langs het meer verder te gaan, het water staat te hoog en het pad is onderbroken. Geen enkele gids zal hier nu iemand mee naartoe nemen.
Wat nu ? Openbaar vervoer is er niet … dus moeten we langs de drukke smalle asfaltweg terugkeren. Zo gezegd, zo gedaan … tot we bij wegenwerken komen, waar het stof en de steentjes om onze oren vliegen … hier geven we op en wachten tot een auto ons wil meenemen. We vragen een lift tot het eindpunt van het laatste meer, zo’n 3 km verderop, van daaruit kunnen we over een smal bergpad verder wandelen. Maar … de chauffeur blijkt ons niet goed te hebben begrepen … zelf kennen we de buurt niet, zodat we te laat merken dat we te ver zijn gereden … de steile afdaling is ingezet. Dan maar geen wandeling, we worden afgezet aan ons hotelletje … en ’t is amper middag.

Ernaartoe:
bemo (minibus) Lovina – Singaraja, 10.000 IDR pp., 15 minuten
bus Singaraja – Mayong, 25.000 IDR pp., 1 ½ uren (enorme lange wachttijd in Singaraja en onderweg in Siririt)
lift Mayong – Munduk, 25 minuten, we geven als bedanking aan onze jonge chauffeur 20.000 IDR (+/- de prijs van de bus voor vergelijkbare afstand)
Overnachtingen:
hotel Munduk Sari Nature Villas, 270.000 IDR per nacht (basisprijs 500.000 IDR pn) voor een mooie 2 persoonskamer met hemelbed, sanitair (warm water), groot terras voor de kamer met privacy, ontbijt naar keuze, jl. Raya Kayuputih, tel. 0361-74 75 473, munduksari@gmail.com, www.munduksari.com, zusterhotel van Munduk Sari Garden Villa met duur restaurant, vriendelijk onthaal, handgetekende wandelkaart beschikbaar. Beoordeling: 5/5
Excursies:
rondwandeling naar 4 watervallen, we nemen geen gids mee, geen inkom te betalen, 2 ½ uren onderweg

rondwandeling tussen de rijstvelden, langs de kleine huisjes van de locale bevolking in de vallei en op de berghelling, we nemen geen gids mee, geen inkom te betalen, 3 ½ uren onderweg

Bali botanical garden te Candikuning: eerder een groot park, weinig speciale planten/bloemen
inkom: 7.000 IDR pp.
ernaartoe: Bemo vanuit Munduk, 30.000 IDR pp., 40 min. onderweg, rijden enkel tussen 5.00 u en 6.30 u

Danau Buyan meer te Pancasari, inkom: 2.000 IDR, de wandeling langs het meer en verder door langs het Danau Tamblingan meer tot aan de ingang ervan, is niet mogelijk, vanwege het hoge water, het pad zou bovendien onderbroken zijn, gidsen weigeren momenteel deze wandeling te begeleiden. We hadden ons deze meren en hun omgeving veel mooier voorgesteld, misschien worden we misleid door de grijze dag met zijn laaghangende wolken.
Algemeen:
Er is een toeristisch informatiekantoor in Munduk, ze tonen totaal geen interesse in onze vragen, bieden enkel wat info betreffende gidsen en shuttle transport, op wandeling moet je een gids meenemen (wat echt niet nodig blijkt), openbaar vervoer komt hier niet, wandelkaart: op de muur geschilderd (minder correct dan deze van ons hotel).

Voor zover we kunnen uitvinden bij de locale bevolking, is er inderdaad zeer beperkt openbaar vervoer. Bemo’s rijden enkel ’s ochtends tussen Mayong – Munduk – Pancasari, tussen 5.00 u en 6.30 u. Een bus van/naar Denpasar komt hier aan rond 11.00 u en vertrekt tussen 12.00 u en 13.00 u. Deze informatie wordt bevestigd door onze hotelmanager.

De vele auto’s met chauffeur die als transportmiddel voor de toerist worden aangeboden, hebben zich in een organisatie gegroepeerd. Prijzen worden afgesproken en de chauffeurs voelen zich zeer sterk, mede door het gebrek aan openbaar vervoer. Dit blijkt de reden te zijn dat we nergens een goede (lees: eerlijke) prijs kunnen bedingen voor onze verplaatsingen. Men rekent zowat een half maandloon voor een verplaatsing van minder dan 100 km retour, die slechts enkele uren duurt.

UBUD (+/- 8.000 inwoners), de toeristische trekpleister van Bali,is gelegen midden tussen rijstvelden en valleien in het centrale heuvelland. Hier vieren kunst en cultuur hoogtij. Het is de plaats bij uitstek om verschillende soorten Balinese dansen te gaan bewonderen, die elke avond op meerdere plaatsen worden uitgevoerd. Allerhande soorten handwerken worden in de omringende dorpjes vervaardigd. De meest bezochte plaats hier is het apenbos, waar een 340 tal Macaque krab etende apen verblijven. Vele toeristen lokken de aapjes met bananen of ander lekkers, waardoor ze vaak agressief worden, indien iemand niets voor hen mee heeft.
Het traject vanuit Munduk naar Ubud is bijzonder mooi, met een eerste deel door bergen en langs meren, op het einde rijden we over smalle weggetjes tussen de rijstvelden en door kleine dorpjes waar de huizen meer op tempels lijken door de vele offerplaatsjes (soort altaartjes) er omheen.
Ubud is een zeer toeristisch plaatsje, de straten zijn gevuld met hotels, restaurants, winkels met dure kledij, kunstgalerijtjes, … Overal om ons heen klinkt het ‘taxi ?’, ‘massage ?‘, … Na de rust in de bergen van Munduk, maakt de aanwezigheid van zoveel toeristen dit plaatsje superdruk.
’s Middags vindt er een Hindoeïstische crematie ceremonie plaats. We lopen mee met de optocht die eerder feestelijk overkomt door de vele fraai getooide mensen in sarong, sjaal rond hun middel en hoofddeksel, groepjes muzikanten, dames dragen offergaven op hun hoofd, mannen die hoog boven hun hoofden enkele beelden en de kist met het lichaam dragen, ... overal klinken uitbundige uitroepen die eerder lijken op een soort vreugdekreten, soms gaat het op een drafje, ...
Aangekomen bij de kleine begraafplaats, volgen er bovenop een hoge stelling een aantal rituelen omheen het lichaam van de overledene, dat eerst binnenin het beeld van een koe wordt gelegd. Dames brengen in grote schalen op hun hoofd een aantal vloeistoffen en bloemblaadjes aan. Verderop zitten de muzikanten een helse muziek te maken in een hectisch ritme, gebruik makend van allerlei slagwerkinstrumenten en politiefluitjes. In een kring zitten tientallen mensen op de grond rondom een aantal manden met offergaven. Een grote brandstapel wordt gemaakt van dikke bamboe stammen, hierop worden alle meegebrachte bloemenkransen, beelden, de lege kist, de offergaven, … gedeponeerd. In de massa zien we ook een aantal mensen die elkaar omarmen en ingetogen bij elkaar troost zoeken. We weten niet waar eerst te kijken. Uiteindelijk blijft de koe met het lichaam over … die op zijn beurt in brand wordt gestoken, dit is de apotheose en tevens het einde van de ceremonie.
Om 8.00 u ontbijt om daarna samen met 4 Duitse studentes op daguitstap te gaan, Anne, Eva, Romina, Anne Marei. We huren samen een auto met chauffeur. De rit op zich langs smalle wegen, door pittoreske dorpjes, tussen rijstvelden, … is al zeer mooi.
Gunung Kawi is de eerste tempel die op ons programma staat. Voor we binnengaan, binden we onze sarong om, want dat is verplicht, zowel voor mannen als voor vrouwen. Deze oude, in hoge rotsen uitgehouwen, tempel heeft een prachtige ligging op de tegenoverliggende helling onderaan in een valleitje. We dalen ernaartoe af via een lange trap tussen mooie rijstterrasjes. Prachtig uitgedoste vrouwen doen dit met ons, ze dragen op hun hoofden grote schalen, hoog opgestapeld met kleurrijke offergaven. In de tempel is een offerceremonie aan de gang, we mogen hierbij aanwezig zijn en genieten van het serene schouwspel. Iedereen is feestelijk uitgedost, mannen, vrouwen, maar ook jonge kinderen.
De Tirta Empul of heilige bron tempel is in hetzelfde dorpje, Tampaksiring, gelegen. Deze tempel is totaal verschillend van de vorige, hier vinden we een groot aantal kleine gebouwtjes met rieten daken en mooie poorten, alles omringd door Balinese beelden. Het specifieke van deze tempel zijn de gelovigen die baden in het water van de heilige bron. Deze bron kunnen we in een afgesloten bad zien opborrelen. Restanten van offergaven liggen her en der verspreid. Een kleine ceremonie is aan de gang, waarbij een man met een soort (koe)bel klingelt, terwijl een tweede man de gelovigen met water overgiet.
De volgende stop is een kleine plantage Wedang Sari met koffie, cacao, ananas, maar ook vele soorten kruiden waaronder saffraan, vanille, kaneel, … Onze chauffeur gidst ons door de plantage en licht een aantal planten toe. We zien hier voor het eerst de mooie witte koffiebloem, die bovendien een heerlijke geur verspreidt. Aan het einde van onze rondwandeling worden we uitgenodigd om een aantal soorten koffie (Balinese, vanille, chocolade, kaneel, gember) en thee (citroen, gember) te proeven. We drinken een kopje van de zeldzame Luwak koffie, de duurste koffie ter wereld, zonder hierbij te denken aan het verwerkingsproces ervan. De rijpe rode koffiebessen worden door de civet kat gegeten. Tijdens de vertering in de maag, komt de rode schil vrij, de koffieboon zelf blijft intact. Deze ondergaat een fermentatie door inwerking van de maagsappen en krijgt een zeer rijke smaak. De koffiebonen die zich in de uitwerpselen bevinden, worden uitgesorteerd, gewassen en verwerkt als ‘heerlijke’ dure civet of Luwak koffie.
Voor de lunch stoppen we in Kintamani, bij een restaurant met uitzicht op de Gunung Batur vulkaan en het grote meer aan de voet ervan, het zicht is een beetje wazig.
En dan volgt nog de Desa Pekraman Batur tempel, de 2de grootste van Bali. We zouden eigenlijk de Pura Besakih tempel bezoeken, de grootste van Bali, ook moeder tempel genoemd. Onze chauffeur legt uit dat deze inderdaad een bezoek waard is, mits je de agressieve opdringerigheid van gidsen en verkopers aankan, die hier nog erger is dan elders in Indonesië. De tempel van Batur is wat kleiner, maar gebouwd volgens hetzelfde concept. Samen met ons gezelschap beslissen we geen stress te gaan opzoeken.
Een laatste halte wordt gehouden bij een mooi uitzicht op rijstveldjes, om daarna terug te keren naar ons hotel in Ubud.
Een mooie ontspannende rondwandeling brengt ons doorheen de rijstterrassen rondom Ubud. Onderweg wonen enkele kunstenaars in kleine huisjes … die graag hun werk tonen. Ze dringen niet aan om iets te verkopen. Eentje van hen verwittigt ons dat een stuk van de weg is onderbroken, we moeten een eindje terug over hetzelfde pad. Maar … koppig als we zijn, willen we het toch wel eens proberen. En … het wordt stappen op de smalle randen van de irrigatiekanaaltjes tussen de rijstveldjes en zo een weg zoeken in de juiste richting. Enkele mannen die op hun veldjes aan ’t werk zijn, tonen ons ijverig het te volgen kanaaltje. Enkele groepjes eenden leven in het water tussen de rijst ... Nu begrijpen we dat in alle restaurantjes het dure gerecht ‘eend’ op de kaart staat, het moet een dag op voorhand worden besteld.
Met een bemo (minibusje voor locale verplaatsingen) begeven we ons op weg naar Goa Gajah, de Elephant Cave tempel in Bedulu. De tempel op zich is niet groot, een olifantenbeeld dat is uitgehouwen in een rotswand, waarin je enkele meters naar binnen kan tot aan 2 offerplaatsjes. In de tempeltuin bevinden zich oude baden, een groenten tuin, een kookplaats waar men offers bereidt, enkele andere tempelgebouwtjes, ... Een smal pad leidt verder doorheen het groen naar een zogenaamde natuurlijke ‘tempel’ die wordt gevormd door dichte haarfijne luchtwortels van een grote boom, het lijkt wel een pruik. Verderop, aan de overkant van de rivier beneden in het dal, bevindt zich nog een kleine tempel, meer een offerplaats. Daarvoor is wel wat klauteren nodig. Hier keren de weinige toeristen die zover komen terug, maar wij gaan verder door tot we in een rustige woonwijk uitkomen, waar de mensen ons de weg wijzen naar Yeh Pulu, een mooie groene omgeving die leidt naar een lange rechte rotswand, met een verhaal erop gebeeldhouwd. Een oude dame vertelt ons in haar eigen taal iets over offeren en besprenkelt ons met water.
Op terugweg volgen we eerst een eindje de grote weg (niet meer dan een smalle drukke baan), om dan een klein zijstraatje in te slaan, met aan beide kanten kleine kanaaltjes. Dit blijkt de openbare was- en badplaats te zijn. We voelen ons een beetje ongemakkelijk en kijken niet te veel om ons heen naar de vele mensen die hier aan het baden zijn. Misschien is dit een zondagse activiteit ? Verderop komen we langs enkele grote moderne huizen, met zwembad en bewaker. Wat een schrijnend verschil. Aan het einde van het straatje nemen we een smal paadje om nogmaals onze weg te zoeken tussen de rijstterrassen door.

Ernaartoe:
minibusje Munduk – Ubud, 360.000 IDR te delen door 6 personen (oorspronkelijk 300.000 IDR voor 4 personen), 2 ¼ uren onderweg
Overnachtingen:
Argasoka Bungalows, 160.000 IDR per nacht voor een kamer met sanitair (warm water), incl. ontbijt naar keuze, ventilator, rustige zitplaats voor de kamer, gelegen in een mooie tuin, zeer vriendelijk en behulpzaam onthaal, regelen ook vervoer aan correcte prijzen, Jl. Wanara Wana (monkey forest), Ubud, tel. (0361) 970 912, argasokabungalows@yahoo.co.id, www.argasokabungalows.weebly.com, beoordeling: 4/5
Excursies:
crematieceremonie: boeiend om dit in een andere cultuur en religie mee te kunnen maken, informatie hierover is te verkrijgen bij het toerismekantoor aan het einde van de Jl. Wanara Wana, men heeft er blijkbaar geen probleem mee dat toeristen hieraan deelnemen, de meesten dragen een sarong bij deze gelegenheid, maar het kan ook zonder.

rondwandeling tussen de rijstveldjes ten noorden van Ubud, vertrekt aan ‘Warwick Ibah Luxury Villa’s en Spa’, Jl. Raya Campuan, wanneer je op het einde op een asfaltweg uitkomt, keer je een klein eindje terug en slaat linksaf, om te eindigen in het straatje naast het waterpaleis. +/- 2 ½ uren. Onderweg zijn enkele plaatsjes waar je iets fris te drinken kan kopen.

bij tempelbezoeken in de omgeving van Ubud, wordt gevraagd zich te kleden in sarong (ook de mannen), deze worden vaak ter plaatse te koop aangeboden voor wie er geen bij zich heeft.

verkenning van het stadje: waterpaleis met de vijvers vol lotusbloemen, deel van het paleis waar de Koninklijke familie woont, apenbos, … straatjes met toeristische winkels, kunstgalerijtjes, hotels en restaurants, Balinese dansen, ...

dagtrip met bemo en te voet:
1. Goa Gajah of Elephant Cave tempel te Bedulu: inkom 15.000 IDR pp., dragen van Sarong verplicht, deze kan je hier lenen
ernaartoe: bemo die we nemen aan de markt, 5.000 IDR pp.
2. Yeh Pulu te Bedulu: inkom 15.000 IDR pp., dragen van Sarong verplicht, deze kan je hier lenen, ter plaatse kan je iets eten en/of drinken op een zeer aangenaam terrasje.
ernaartoe: via een wandelpad achter de Goa Gajah cave kwamen we uit in een rustige woonwijk, mensen daar toonden ons de weg naar Yeh Pulu
3. wandeling terug naar Ubud doorheen de rijstvelden:
Van Yeh Pulu wandelen we terug door de woonwijk, maar nemen een ander straatje met de bedoeling op de grote weg uit te komen. Via een klein paadje komen we opnieuw in Goa Gajah uit. Eenmaal op de grote weg, volgen we deze een eindje richting Ubud, om rechtsaf te slaan op een smal betonbaantje recht tegenover een grotere straat. Vlak voor dit wegje eindigt, vinden we een smal paadje doorheen de rijstvelden, dat in noordelijke richting op een asfaltweg uitkomt, deze volgen we verder naar Ubud.

dagtrip met huurauto en chauffeur:
1. Gunung Kawi tempel te Tapaksiring: inkom 15.000 IDR pp., dragen van Sarong verplicht, dit vinden we de mooiste tempel, we zien er een soort ceremonie
2. Tirta Empul tempel te Tampaksiring: inkom 15.000 IDR pp., dragen van Sarong verplicht, ook een mooie tempel
3. Wedang Sari plantage te Kintamani: inkom gratis, incl. wandeling door de plantage + verschillende soorten koffie en thee proeven, een kopje zeldzame Luwak koffie drinken we voor 50.000 IDR (vinden we persoonlijk zijn prijs niet waard), tel. +62 81 2395 5152, wedang_sari@yahoo.com
4. Uitzicht op de Batur vulkaan en het ernaast gelegen meer. De vulkaan kan perfect individueel worden beklommen, mits een inkom wordt betaald. Plaatselijke gidsen worden tegen zeer dure prijzen aangeboden, wie geen gids meeneemt, wordt de ganse tijd agressief benaderd door opdringerige gidsen die hun diensten aanbieden. Dit is de reden dat wij deze eenvoudige wandeling niet maken.
5. Desa Pekraman Batur tempel: inkom 20.000 IDR pp., dragen van Sarong + sjaal verplicht + voor de mannen ook een hoofddeksel (dit alles kan worden geleend juist voorbij de ingang, let op: men tracht hiervoor ‘veel’ geld te vragen !), men probeert ook als gids mee te gaan, we maakten onmiddellijk duidelijk dat we daar niet om gevraagd hadden en dus niet wensten te betalen voor die diensten, de dame bleef ons volgen, maar vroeg niets bij ons vertrek. Van de 3 tempels die we bezochten tijdens deze tocht, is deze de minst aantrekkelijke.
6. Uitzicht op rijstveldjes
Prijs huurauto + chauffeur: 350.000 IDR, we deelden de auto met 4 Duitse meisjes, waardoor deze uitstap zeer betaalbaar werd, onze chauffeur gaf nuttige tips in verband met de verschillende stops die we wilden maken tijdens onze uitstap en was hierbij zeer flexibel, chauffeur: I Nyoman Subrata, tel. 081 338 628 555, nyoman.subrata@gmail.com

MALINO is een bergdorpje in het zuidwesten van Sulawesi. In de omgeving kunnen mooie wandelingen worden gemaakt naar een waterval en grotten. Het is er aangenaam rustig toeven, toeristen komen zelden deze richting uit.
Bij onze aankomst in Malino blijkt het moeilijk een geschikt hotelletje te vinden. Een weinig comfort moet hier duur betaald worden in het enige resort hotel. Zelfs de 3 andere hotelletjes bieden hun uiterst basis verblijf aan tegen te hoge prijzen. We kiezen voor een nachtje zonder comfort. Ook restaurantjes zijn hier schaars.
De mensen zijn supervriendelijk en proberen ons te groeten in het Engels, veel verder dan dat geraken ze niet … hier moeten we handen en voetentaal uithalen. We worden al snel omringd door de kinderen van het dorp, behalve de basis woordjes ter begroeting ‘good morning’, ‘good afternoon’, ‘what’s your name ?’, … kennen ze ook enkele zinnetjes uit bekende liedjes. Enkele jongetjes volgen ons tot aan onze hotelkamer, waar ze meer dan een uur blijven rondhangen.
De waterval Air Terjun Takapala is niet zo ver, maar we laten ons verleiden om achterop een motorfiets mee te rijden. Zo winnen we tijd en kunnen vroeger vertrekken uit Malino, het locale transport rijdt voornamelijk in de voormiddag. We zullen te voet terugkeren naar het dorp, zo kunnen we meer genieten van het landschap onderweg.
Via een lange trap dalen we 100 meter af naar de waterval, waarrond enkele huisjes zijn gebouwd. Allemaal verkopen ze drankjes en snoepjes ... dus worden hier toch bezoekers verwacht. De bewoners zijn zeer vriendelijk en wijzen ons de weg tussen hun huisjes door naar een uitkijkplatform op de prachtige hoge waterval. Daar zitten we te genieten van deze natuurpracht en worden al vlug vervoegd door een grote Moslimfamilie uit Makassar. Ze beginnen vriendelijk te praten en vragen om samen met hen op de foto te staan. De fotosessie gaat maar door … elke mogelijke combinatie van personen wordt vastgelegd. Enkel een meisje van 18 kan zich wat beter in het Engels uitdrukken, we hebben een leuk gesprek met haar.

Ernaartoe:
huurauto met chauffeur hotel Ubud – luchthaven Denpassar, 180.000 IDR, we vertrekken om 3.30 u (’s nachts) aan ons hotel, de chauffeur is zeer stipt, 1 ½ uren onderweg. Deze rit is ook mogelijk met een shuttlebus vanaf 9.00 u in de voormiddag voor 50.000 IDR pp.
vlucht Garuda Air Denpassar (Bali) – Makassar (Sulawesi), 992.300 IDR pp., 1 uur onderweg, aangename vlucht met lekker ontbijt en vriendelijke hostesses. Lion Air vliegt ook dit traject, tijdens de dag en voor 2/3 van de prijs. We verkiezen Garuda Air omdat dit één van de weinige Indonesische luchtvaartmaatschappijen is die niet op de zwarte lijst staan. Europese verzekeringen komen niet tussen, mocht er iets mislopen tijdens een vlucht met een maatschappij die op de zwarte lijst staat.
bus van de luchthaven naar de grote weg, gratis
pete-pete naar de rand van het centrum van Makassar, 5.000 IDR pp., 45 min.
pete-pete naar de ‘terminal’ voor vervoer naar Malino, 5.000 IDR pp., 45 min. (de terminal blijkt een hoek van een druk kruispunt)
pete-pete Makassar – Malino, 15.000 IDR pp., we moeten 1 ½ uren wachten vooraleer het busje vol zit en kan vertrekken, 2 uren onderweg over een zeer slechte en stoffige weg waaraan volop wordt gewerkt.
Overnachting:
Hotel Bukit Indah Malino, 200.000 IDR per nacht, inclusief Indonesisch ‘spicy’ ontbijt, de redelijk propere maar vochtige kamer aan de kelderverdieping is eerder een betonnen bunker, de badkamer heeft een Franse WC en waterreservoir waaruit men koud water over zijn hoofd giet met een emmer, een douche is niet voorhanden. Koud water in deze bergregio is echt wel koud. Door de openingen in de muren van de kamer komen muggen naar binnen, die onze nachtrust verstoren. Zitplaatsje voor de deur van de kamer. De mensen in het hotel zijn vriendelijk, maar spreken geen woord Engels. WC papier en handdoeken moeten we vragen. Dit hotel lijkt ons de beste optie, het is het goedkoopste en biedt niets minder dan de 3 andere betaalbare hotelletjes die tot 350.000 IDR vragen per nacht, ze zijn bovendien minder proper. Prijsdiscussie is hier niet aan de orde. Aan de splitsing voor hotel Resort Celebes linksaf, tel. 0417 21277. Beoordeling: 1/5
Excursies:
waterval Air Terjun Takapala: zeer mooie waterval, men kan een duik nemen in de koele poel onderaan, mooie uitstap voor wie tijd over heeft in Makassar
inkom: 2.000 IDR pp.
ernaartoe: achterop motorfiets, 15.000 IDR pp.
terug: wandelen (+/- 4 km bergop)


UJUNGPANDANG, beter bekend onder de vorige benaming Makassar, is de grootste stad op het Indonesische eiland Sulawesi en telt 1,6 mio inwoners. Het is een belangrijke havenstad, die op toeristisch vlak niets te bieden heeft.
Hier overnachten we vooraleer onze tocht in noordelijke richting door Sulawesi aan te vangen. Het centrum van de stad is oud en zeer druk, straatkraampjes verkopen hun waren, de minder belangrijke straten zijn zelfs niet verhard. Het winkelcomplex MTC richt zich eerder naar de locale markt.
Hier op Sulawesi is het terug een stuk warmer dan de temperaturen die we op Java en Bali hadden, dit is vergelijkbaar met Borneo, omdat we ons opnieuw in de buurt van de evenaar bevinden, die we tijdens onze rondreis op dit eiland opnieuw zullen overschrijden. Ditmaal niet per vliegtuig, maar over zee.

Ernaartoe:
pete-pete Malino – Makassar, 15.000 IDR pp., 2 uren onderweg, weerom moeten we wachten op voldoende passagiers vooraleer te vertrekken
pete-pete Makassar terminal naar Malino – MTC (centrum), 3.000 IDR
taxi MTC – hotel, 20.000 IDR, niet wetende dat we zo dicht in de buurt van het hotel waren, voorbijgangers maakten ons niets wijzer.
Overnachtingen:
Hotel Lestari, 180.000 IDR per nacht voor een 2 persoonskamer zonder raam, incl. zeer beperkt ontbijt, met sanitair (warm water, tenminste nadat men de gasfles heeft vervangen !), airco die af en toe lawaai maakt, na discussie kregen we uiteindelijk een 2de laken op ons bed, gratis WIFI aan de receptie, Jl. Savu n°16, Makassar, tel. 0411 362 7337, beoordeling: 2/5

RANTEPAO is een stadje met 45.000 inwoners dat centraal gelegen is in het Tana Toraja gebied. Met zijn volledig aanbod aan toeristische voorzieningen, zoals hotelletjes, restaurantjes, gidsen en vervoer, is het een ideale basis om de omgeving te verkennen.
In de Tana Toraja regio vindt men een zeer unieke traditionele cultuur, die vooral tijdens begrafenisplechtigheden wordt in ere gehouden, ondanks het verbod hiervan bij de invoer van het Christelijke geloof. Wat men hier ziet strookt niet steeds met de gebruiken van het Christelijke geloof zoals wij het kennen. Een bezoek aan deze streek brengt ons dan ook vooral bij plaatsen die met het overlijden te maken hebben, wat vrij luguber is. Gelukkig vinden we hier ook pittoreske dorpjes, rijstvelden, rivieren, uitzichten op het mooie berglandschap en een supervriendelijke bevolking.
Een begrafenisplechtigheid meemaken is een must in deze regio. De ceremonie wordt pas gehouden nadat men voldoende tijd heeft gehad om het geld ervoor te verzamelen en bovendien een datum kan worden bepaald waarop ‘alle’ familieleden aanwezig kunnen zijn. Omdat het hier om een meerdaags gebeuren gaat, is dit niet steeds evident. Iedereen die dit wenst kan hierop aanwezig zijn, dorpsgenoten, vrienden, maar ook toeristen worden zeer vriendelijk en gastvrij ontvangen.
Het begrafenisceremonieel speelt zich af op een terrein (meestal van de familie) waarop traditionele rijstschuurtjes en overdekte podiums of open huisjes rondom een plein zijn gebouwd. Tijdens de eerste dag wordt de familie ontvangen, recepties vinden plaats. Er wordt tevens een buffel gedood om te bereiden voor de maaltijden tijdens de komende dagen.
De buffel is hier in Tana Toraja een echt statussymbool. Deze wordt aan een paaltje vastgebonden op een van de rijstveldjes. Het dier zoekt verkoeling door in de modder te baden en ziet er dan niet uit. Maar, dagelijks wordt hij door zijn baasje gewassen en opgeblonken, zodat hij er weerom stralend uitziet.
De kinderen van de overledene geven als geschenk aan de familie 1 tot 3 buffels, naargelang de rijkdom van de familie.
Vanaf de tweede dag worden op de ceremonie verschillende gastfamilies ontvangen die de familie van de overledene komen groeten. Vooraleer dit gebeurt, worden hun geschenken in de vorm van buffels en varkens op het middenplein verzameld. Vooral de buffels zijn belangrijk, het gaat erom welke gastfamilie de meeste en/of mooiste exemplaren kan bieden. Daarna volgt de begroetende familie die sigaretten uitdeelt aan de mannelijke rouwende familieleden, pruimtabak aan de vrouwen. Ze krijgen thee en koekjes aangeboden. Nadat deze zijn verorberd, verlaten ze het rouwpodium en krijgen een plaats aangewezen in één van de huisjes rondom het plein. De belangrijkste families krijgen de beste plaatsen. Dit gebeuren kan tot 5 dagen lang plaatsvinden.
Wanneer alle begroetingen zijn afgelopen, is er een dag van slachting. De buffels die door de kinderen werden geschonken zullen hierop worden gedood. Het vlees wordt verdeeld tussen de mensen van de betrokken dorpen. Maar eerst moet men zeer belangrijke beslissingen nemen. Het beste vlees moet immers bij de mensen uit de hoogste kasten terecht komen. De wit-roze albino-buffels zijn de meest waardevolle.
Het doden zelf gebeurt midden op het terrein, omringd door gasten. Vaak lukt het niet van de eerste keer het mes diep genoeg in de buffelnek te duwen. Het gewonde dier springt dan woedend in het rond en tracht te ontsnappen aan zijn lot.
Daarna volgt een laatste dag, waarop de overledene wordt bijgezet in het grafhuisje van de familie. Dit is een gelegenheid die meestal enkel door familieleden wordt bijgewoond.
Wanneer we hier in de streek aankomen is het een periode van veelvuldige begrafenisceremonieën. Het is september, de rijst is geoogst, men heeft geld …
De dag na aankomst zijn we getuige van een slachtingritueel in het dorpje Sangalla. De overledene, een 90-jarige zeer geliefde dame, maakte deel uit van een zeer rijke familie, de 10 kinderen schonken samen 30 buffels. Het overlijden vond plaats in april, dus slechts 5 maanden geleden, wat vrij kort is.
We worden ontvangen door een dochter die 7 jaren in New York heeft gewoond en een kleindochter die in Jakarta woont. Beiden spreken vlot Engels, wat we hier in Sulawesi niet vaak tegenkomen. Ze lichten ons de ganse ceremonie toe.
Nadat alle buffels op het grote terrein zijn verzameld en grondig gekeurd door een groepje mannen, worden er met een verfbus nummers op gespoten. Aan de hand hiervan weet men nadien voor welke doelgroep het vlees is bestemd.
De slachting op zich vinden we eigenlijk weerzinwekkend, maar we blijven toch kijken, verschillende dieren worden tegelijkertijd gedood, verspreid over het plein. Zelf zitten we niet op een tribune, maar staan aan de rand van het terrein samen met nog andere toeschouwers. Wanneer op een bepaald moment verschillende gewonde dieren erin slagen zich los te rukken, vluchten we in een van de omringende huisjes met gasten, om wat veiligheid op te zoeken. Nadien horen we dat men 1 van de dieren pas 2 kilometer verderop heeft kunnen vangen.
Echt een slachting zonder enig respect voor deze dieren, die men tijdens hun leven zo heeft gekoesterd. Dit is iets dat wij niet begrijpen … en dan nog over Gaia gezwegen … Goed voor 1 keer, we willen dit niet opnieuw zien.
Een tweede begrafenisplechtigheid die we meemaken, in Pangli, is deze van een 95-jarige dame, die reeds 2 jaren geleden is overleden. We maken de bedenking dat de mensen hier toch wel hoge leeftijden behalen. Het betreft hier ook een grote familie, er zijn vele bezoekers en belangrijke donaties (per familie worden minstens 12 buffels geschonken).
We zijn ter plaatse vanaf het begin om 9.30 u, het middenplein is leeg en we zien alle activiteiten elkaar opvolgen. Nadat de familie is gearriveerd, geven we ons geschenk, 2 kg suiker, af aan een familielid aan de zijkant en mogen onmiddellijk plaatsnemen in een van de genummerde huisjes als gasten. We krijgen thee en koekjes.
Ditmaal is het wat aangenamer om mee te maken, maar nadat enkele families hun buffels en varkens hebben geschonken en nadien zelf de revue zijn gepasseerd, vinden we er niets meer aan en blijven niet langer kijken.
Het traditionele dorpje Pawala is mooi om zien. Hier leeft men in grote traditionele huizen, beschilderd met mooie patronen en getooid met een enorm zadeldak in typische stijl (zie foto’s). De kleinere huisjes dienen als voorraadschuurtjes waar vooral de rijst in wordt bewaard. Zo’n heel dorp in deze stijl is wel mooi om zien. We zien hier ook de zo typische grafhuisjes van deze streek.
Daguitstap 1:
Tijdens een daguitstap bezoeken we verschillende plaatsjes ten noorden van Rantepao. Openbaar vervoer is niet steeds voorhanden, maar een oplossing is er wel, zo gebruiken we volgende vervoermiddelen: achterop een motorfiets, een lift, te voet, een bemo (openbaar vervoer) die ons toch wil brengen en na zijn werkuren de auto uit zijn garage haalt, … en één keer hebben we echt geluk want na 2 uren wachten en steeds volle bemo’s die passeren, komen daar toevallig Udo en Tess langs die naar dezelfde plaats op weg zijn … Samen met hen reden we ook al naar onze eerste begrafenisceremonie, zij hebben een huurauto. Het jonge Duitse koppel, die reeds 6 jaren in China wonen en daarover zeer boeiend kunnen vertellen, logeren in hetzelfde hotel.
In Bori zien we rotsgraven, die bestaan uit nissen die zijn uitgehold in enorme rotsstenen. Voor het graf wordt een beschilderd houten deurtje geplaatst. Bovenop de grafrotsen zijn kleine typische Toraja huisjes geplaatst ter versiering. Tussen de grafrotsen staan een groot aantal menhirs. Achteraan de begraafplaats vinden we een baby boom, in de dikke stam zien we duidelijk de vierkantjes schors die zijn uitgesneden en teruggeplaatst, nadat het babylijkje in foetushouding erachter werd ‘begraven’.
We stoppen even in Lempo om te genieten van een schitterend uitzicht op de vallei met grote rotskeien en rijstveldjes, omringd door hoge bergen.
Wanneer we in Batutumonga aankomen zien we weerom een massa mensen rondom een pleintje, dat lijkt ons echter te klein voor een begrafenisceremonie, we nemen een kijkje … en komen in een waar casino terecht. Aan de rand van het plein zitten mannen om een tapijt met cijfers heen, daarop worden de dobbelstenen gegooid. Hier wordt gegokt voor groot geld, we zien bedragen verspelen die ongeveer 1/3 van een maanloon betekenen. Ongelooflijk.
Aan de overkant zijn ook kinderen aan het gokken, weliswaar voor iets kleinere bedragen. We zijn dan ook niet verwonderd wanneer enkele kinderen op straat hier nadien om geld vragen.
En in het midden van het pleintje worden hanengevechten gehouden, die weliswaar verboden zijn. Ook hier genieten we niet echt van. De hanen hebben mesjes aan hun poten gebonden gekregen en vechten tot er eentje gedood is. Daarvan wordt een poot afgesneden als trofee voor het baasje van de winnaar.
We dalen te voet af naar Tikala via een mooi pad tussen de rijstveldjes, langs kleine dorpjes en zien onderweg nogmaals een begraafplaats met kindergraven in Pana.
Daguitstap 2:
Onze 2de daguitstap brengt ons naar het zuiden van Rantepao. Ook ditmaal lukt het ons gemakkelijk de nodige verplaatsingen te doen, we maken gebruik van bemo’s, ojeks (achterop een motorfiets) en wandelen een stuk.
We worden door de eerste bemo afgezet aan de grote weg, aan de zijstraat die naar Sirope leidt en wandelen een 1 ½-tal km naar de begraafplaats aldaar. De plaats is minder bekend en niet door vele toeristen bezocht. Onderweg ervaren we dit door de natuurlijke spontaniteit van de bevolking. Wanneer we een schooltje passeren, komen de kindjes naar buiten gelopen en geven ons allemaal verlegen een handje. De juf vraagt of ze even met ons in het Engels mag praten. Haar collega (die geen Engels spreekt) legt haar uit hoe we bij de begraafplaats geraken en zij vertaalt dit. Ze vindt het jammer niet met ons mee te kunnen wandelen, want ze moet lesgeven.
Vlakbij de begraafplaats komen we langs een bouwwerf. Eén van de mannen bovenop de stelling tracht ons uit te leggen waar de begraafplaats is, maar kent geen Engels. Hij maakt hierover grapjes tegen Marc, we spreken elkaars taal niet, maar kunnen toch converseren.
Wat verder zitten 2 mannen dikke bamboe stammen te splijten, die nadien worden gebruikt als vloerbedekking en wanden voor hun huisjes. Ze vinden het leuk dat we toekijken en geven een demonstratie.
De begraafplaats bevindt zich in een stuk loodrechte rotswand. Graven zijn erin uitgehold, onderaan liggen kisten en beenderen op de grond, die na een tijd naar beneden zijn getuimeld. Deze plaats is vooral mooi door zijn omgeving tussen het dichte tropische groen.
Kambira is bekend om zijn kinderbegraafplaats. Overleden kindjes werden begraven in de stam van een boom, waaruit luikjes worden gesneden en nadien teruggeplaatst. Het idee dat ze meegroeien met de boom die met zijn takken naar de hemel reikt, kunnen we wel plaatsen. De kindjes die op deze wijze worden begraven, zijn nog zeer jong want ze mogen nog geen tandjes hebben.
De boom in Kambira bevat(te) een 100-tal graven. We zijn echter wat teleurgesteld bij de aanblik van de dikke boom die door een blikseminslag volledig is afgekraakt op een hoogte van +/- 15 meter en tellen dan ook helemaal niet zo veel grafuitsnijdingen in de boomstam.
Lempo is dan weer gans anders, in een brede steile kalkstenen rotswand zijn ook hier graven te zien. Deze keer betreft het een begraafplaats van een rijke bevolking. Dit kan men opmaken uit de brede terrassen die zijn uitgehold in de rotsen en waarop levensechte houten poppen ‘tau-tau’ prijken. Het vervaardigen van Tau-tau is een kunst waarbij de overledene zo gelijkend mogelijk wordt uitgebeeld.
De rotswand ligt aan de rand van een breed dal, met uitzicht over de rijstveldjes en kleine huisjes. We wandelen terug via de rijstveldjes en genieten nog van de mooie omgeving.
Ons laatste bezoek brengt ons bij de hangende graven van Londa. We wandelen van de grote weg hiernaartoe, langs de rand van een vallei met meertjes en rijstveldjes, om weerom uit te komen aan een brede hoge rotswand. In de natuurlijke grotten die hierin zijn uitgehold, werden de doden begraven. Hoog boven de wand, in een grote open grot, zien we van ver een aantal kisten hangen. Niet allemaal even intact, bij enkele ervan zien we beenderen uitsteken. Ook hier vallen de oude verrotte kisten naar beneden, en liggen daar samen met wat beenderen op een hoopje. We kunnen ook vooraan in een klein grotje binnenwandelen, waar we gelijkaardige hangende kisten zien. Luguber, maar wel uniek.

Ernaartoe:
pete-pete Makassar centrum – kantoor busmaatschappij, 3.000 IDR pp. (1/2 uur onderweg)
bus Makassar – Rantepao, 85.000 IDR pp., 10 uren onderweg, met Bintang Primo, comfortabele bus, ondanks de kleine afstand deden we toch zeer lang over de rit, de wegen zijn doorgaans goed, maar zeer smal en bergachtig, wat traag rijden noodzaakt. Door de bus afgezet aan de deur van het hotel.
Overnachtingen:
Duta 88 cottages, 200.000 IDR per nacht voor een 2-persoonskamer met sanitair (warm water), inclusief ontbijt, TV, zithoekje voor het huisje, muggengaas aan de open delen van het huisje, typische Toraja huisjes met zadeldak rondom een klein jungle tuintje. Niet 100 % proper, donkere kamer met zwakke verlichting. De opdringerige gids die de klanten ontvangt is een minpunt. Hij probeert de mensen vlak na aankomst onder tijdsdruk te zetten en te overtuigen dat ze hem nodig hebben om iets unieks te gaan bewonderen. Jalan Sawerigading 12, tel. 0423-23 477, Beoordeling: 3/5.
Excursies:
begrafenisceremonie te Sangalla
ernaartoe en terug: lift van andere gasten in het hotel, die over een huurauto beschikken

begrafenisceremonie te Pangli + Palawa:
ernaartoe:
pete-pete (bemo) Rantepao – Bolu terminal, 3.000 IDR pp.
ojek Bolu terminal Bolu terminal – Pangli begraafplaats, 10.000 IDR pp.
(kan ook met pete-pete voor 5.000 IDR pp, mits wachten tot deze vol zit)

wandelen Pangli – Palawa
pete-pete Pangli – Bolu terminal, 5.000 IDR pp.
pete-pete Bolu terminal – Rantepao, 3.000 IDR pp.

daguitstap 1:
Rantepao – Bori – Lempo – Batutumonga – Pana – Tikala – Rantepao
Bori: inkom: 10.000 IDR pp.
ernaartoe en terug:
Rantepao – Bori, ojek, 15.000 IDR pp.
Bori – Pangli, stukje wandelen + lift gekregen
Pangli – Lempo – Batutumonga, lift van Udo en Tess die een huurauto hebben (zelfde hotel)
Batutumonga – Tikala, 1 uur wandelen
Tikala – Rantepao, pete-pete, 50.000 IDR voor de auto (na de werkuren), te delen door 5 personen

daguitstap 2:
Rantepao – Sirope – Kambira – Lemo – Londa – Rantepao
Sirope: inkom gratis
Kambira: inkom 10.000 IDR pp.
Lemo: inkom 10.000 IDR pp.
Londa: inkom 10.000 IDR pp.
ernaartoe en terug:
Rantepao – Sirope, pete-pete, 5.000 IDR pp. + 1,5 km wandelen
Sirope – Kambira – Sirope, ojek, 25.000 IDR pp.
Sirope – Lemo, pete-pete, 3.000 IDR pp. + 1 km wandelen
Lemo – Londa, pete-pete, 3.000 IDR pp. + 1,8 km wandelen
Londa – Rantepao, pete-pete, 3.000 IDR pp.

TENTENA is gelegen aan het Danau Poso meer, het dorpje straalt rust en vrede uit door zijn kleine witte huisjes en kerkjes, binnen witgeschilderde houten paaltjesomheiningen. De bevolking hier is een mix van christenen en moslims.
Het is zeer rustig rondwandelen in dit mooie rustige plaatsje met zijn kleine houten huisjes.
Maar deze rust houdt op om 4.00 u ’s ochtends, wanneer de moslims van op hun moskee luide gezangen beginnen te verspreiden. Hieraan zijn we ondertussen wel gewend, na 3 maanden reizen in moslimlanden. Meestal is het echter stil tot 6.00 u zodat onze nachtrust niet wordt verstoord.
Maar we maakten hier nog niet alles mee … op zondag willen de christenen zich laten gelden. Om 4.00 u begint men van op de kerktoren zeer hippe kerkmuziek te spelen … de halleluja’s klinken luid boven de moslimgezangen uit, die we af en toe toch nog horen op een stil moment tussen 2 liederen in ...
We zijn verwonderd over de helderheid van het water in het grote meer. Overal is de bodem te zien. Hier vangt men 2 meter lange alen met grote V-vormige vallen. Ze worden in de locale restaurantjes bereid. Marc probeert deze schotel en vindt het wel lekker.
Op aanraden van onze hotelbazin gaan we de Air Terjun Salopa waterval bezoeken, 18 km verderop. Om daar te geraken hebben we vervoer nodig. Met een taxi valt dit nogal prijzig uit, daarom beslissen we een brommer te huren en zelf te rijden. We deden dit nog niet eerder, maar vinden het wel een geschikt moment om het uit te proberen, hier is het niet al te druk. De heenweg is voor chauffeur Marc een goeie oefening, hij rijdt langzaam en voorzichtig op de zeer gehavende, deels onverharde, wegen. Wanneer we terugkeren regent het, hij rijdt ondertussen als een ervaren chauffeur en omzeilt mooi alle putten aan een normale snelheid. Een leuke ervaring !
De waterval zelf blijkt zeer mooi en speciaal te zijn. In meerdere verdiepingen komt het glasheldere water over reusachtige rotsbollen gestroomd, die een gekarteld oppervlak hebben. Dat geeft een zeer speciaal effect, lijkt wel kristal. We wandelen tot boven aan de waterval.

Ernaartoe:
bus Rantepao – Tentena, 130.000 IDR pp, 13 u 15 min. onderweg, met Rappan Marannu, de bus haalt ons op aan het hotel
ojek bushalte Tentena – hotel Tentena, 10.000 IDR pp, ’s avonds laat (normale prijs: 5.000 IDR pp.)
Overnachtingen:
Pamona Indah Permai hotel, 137.500 IDR per nacht voor een 2-persoonskamer met sanitair (warm water), inclusief goed ontbijt, niet proper, geen bovenlaken, geen toiletpapier (wanneer we vragen hoe we het dan wel moeten doen, krijgen we als antwoord: ‘use hand and water’, slechts 1 kleine handdoek), slecht onderhouden gebouw, mooi uitzicht op het meer, men spreekt weinig Engels, Jalan Yosudarso 53, beoordeling: 1/5
Hotel Victori, 200.000 IDR per nacht voor een zeer ruime en propere 2-persoonskamer met sanitair (warm water), inclusief goed ontbijt, terras aan de kamer, vriendelijk en behulpzaam, de inkom van het hotel trekt niet aan, maar de kamers zijn achteraan gelegen in een tuintje, Jalan Diponegoro 18, 0458-21 392, wawanmohubu@yahoo.com, beoordeling: 4/5
Excursies:
Air Terjun Salopa waterval: inkom 5.000 IDR pp
ernaartoe en terug: we huren een brommer in ons hotel, 60.000 IDR inclusief brandstof, op 18 km van Tentena
Geldautomaten:
Lonely Planet meldt dat er geen ATM’s beschikbaar zijn in Tentena, er zijn er echter 2 vrij recent geplaatst

AMPANA is een havenstadje, gelegen aan de golf van Tomini, een reusachtige baai waarin zich het Nationaal park met de Togean eilanden bevinden. Behalve dat dit de meest geschikte uitvalsbasis is naar het prachtige archipel, heeft deze plaats niets te bieden aan de toerist.
Hier overnachten we, vooraleer we ’s ochtends de boot naar de eilanden zullen nemen. Het is zelfs moeilijk een betrouwbaar ogend restaurantje te vinden, we bestellen dan maar een schotel in het hotel … maar het is lang wachten want eerst moet men de kok gaan wekken. Wat men in de namiddag ook al een keer deed, toen we een vers fruitsapje bestelden. Weerom komt de ongelooflijke luiheid van de locale bevolking op Sulawesi tot uiting, iets wat we telkens weer ondervinden.

Ernaartoe:
Tentena – Ampana: 650.000 IDR voor een huurauto met chauffeur, deze delen we met 2 andere mensen, geboekt via hotel Victori
Overnachtingen:
Oasis hotel, 100.000 IDR per nacht voor een basis 2-persoonskamer met sanitair (koud water), inclusief ontbijt, toilet zonder bril, geen lavabo, geen bovenlaken, douche aanwezig, ventilator, zithoekje voor het huisje, slecht muggenhaas aan de open delen van het raam met veel muggen in de kamer als gevolg, we slapen onder ons muskietennet en in onze lakenzak, niet echt proper, vriendelijk onthaal, het hotel heeft een karaoke-bar die last bezorgt van 21.00 u tot 23 u, beperkt restaurant aanwezig, Jalan Kartini, beoordeling: 2/5

Het TOGEAN NATIONAL PARK bestaat voor 2.920 km² uit zee en 810 km² uit eilanden, die met mangrove en dichte jungle begroeid zijn. Hier bevinden zich 1.320 km² koraalriffen, daarmee het grootste koralengebied van Indonesië. Dit gebied ligt midden in de enorme golf van Tomini, langs de kust van centraal Sulawesi.
De Togean eilanden zijn een archipel van 56 eilanden, waarvan een aantal deel uitmaken van het Togean nationaal park. Op deze eilanden bevinden zich 37 kleine dorpjes, die bewoond worden door 7 verschillende etnische groeperingen. Gipsy’s leefden voorheen in paalwoningen op zee, die ze steeds verplaatsten. Ondertussen woont deze zigeunerbevolking in meer stabiele vestigingen aan de rand van kleine eilandjes. Hun kleine dorpjes worden omringd door de typische paalwoningen die nog steeds hun voorkeur genieten. Deze omgeving is een waar paradijs voor duikers en snorkelaars, met zijn keurrijke koralen en ontelbare soorten tropische vissen groot en klein.
Op verschillende plaatsen zijn kleine ‘resorts’ gebouwd, waar de liefhebber van zon, zee en strand een tijdje kan vertoeven. Hier vinden we geen luxe, zelfs het duurste onderkomen is nog zeer basis, maar de romantische paradijselijke omgeving maakt alles goed. Echt druk is het nergens, het aanbod aan accommodatie beperkt zich van 3 tot maximum 16 kamers.
We kiezen voor een verblijf op Pulau (eiland) Kadidiri en genieten enkele dagen van de totale rust in deze prachtige omgeving. Snorkelen op zee met Debby & Grey, een Engels koppel dat we onderweg leerden kennen. We reizen sinds enkele dagen samen en staan telkens weer versteld hoe onze levensvisies op elkaar gelijken, we hebben zoveel gemeen … Wanneer zij gaan duiken, maken wij een daguitstap, waarbij we enkele fantastische snorkelplaatsen opzoeken.
Midden op zee houden we halt voor onze eerste snorkelbeurt, in de nabijheid van Pulau Malenge. We krijgen hier niet genoeg van, zien steeds weer andere soorten koralen en vissen … kortweg adembenemend. Wat een kleurenpalet !
’s Middags leggen we aan bij een Gipsydorpje, dat we even gaan verkennen. De vriendelijke mensen hebben niet veel, maar leven in een waar paradijs … Van de top van het eilandje – niet meer dan een grote rots die boven water uitsteekt – hebben we een prachtig uitzicht op de paalwoningen en de omgeving.
Na onze picknick op een verlaten strandje, varen we verder om te snorkelen aan de rand van Pulau Bolilangga. Normaal zouden we 3 snorkelplaatsen opzoeken, maar omdat we overal zo lang bleven genieten, komen we niet aan de derde toe. We moeten ons haasten om nog voor de lunch terug te zijn op ons eiland, Kadidiri, waar we in het donker aankomen.
Tijdens het snorkelen in de buurt van ons ‘resort’, wordt Herlinde aangevallen door een klein kleurrijk visje, telkens op dezelfde plaats. Eerst botst het telkens weer tegen haar benen op, daarna zwemt het recht op haar gezicht af. Wanneer ze dit ’s avonds aan de anderen vertelt, weten de kenners te zeggen dat dit het ‘Trigger’ visje is dat zijn territorium beschermt en tonen er een foto van in een boek. Enkele dagen later had Debbie dezelfde ervaring.

Ernaartoe:
boot Ampana – Wakai, 40.000 IDR pp, geen comfort aan boord, 3 ½ uren onderweg met K.M. Puspita Sari, tel. 0464 21307
boot Wakai – Kadidiri, gratis aangeboden door het hotel, wanneer je er niet zou blijven overnachten vraagt men 50.000 IDR pp, 15 min onderweg
Overnachtingen:
Black Marlin dive resort, 150.000 IDR pp per nacht voor duikers en 200.000 IDR pp per nacht voor niet duikers, voor een ruime nette kamer in een bungalowtje aan zee met sanitair (koud water, beperkt tot enkele uren per dag, zeer onregelmatig), 3 maaltijden per dag inbegrepen, terras aan de kamer, hangmat, onvriendelijk en onbekwaam personeel op enkele uitzonderingen na, prachtige locatie met zeer boeiende duik- en snorkelmogelijkheden in de buurt, Kadidiri Togean island, +62 (0) 856 5720 2004, www.blackmarlindiving.com, beoordeling: 1/5 voor de kamer van de uitbater, 4/5 voor de echte kamers.
? Opmerking: We kwamen aan met 4 koppels, we boekten reeds een kamer bij een afgevaardigde, die mooie folders uitdeelde op de boot onderweg van Ampana naar Wakai.
Toen we ter plaatse aankwamen bleken er onvoldoende kamers beschikbaar.
Een koppel mocht in de kantoorruimte op een matras op de grond slapen, zonder enige privacy (glazen wand zonder gordijnen), ze betaalden hiervoor 75.000 IDR pp per nacht. Het alternatief voor hen was een onfrisse bergingsruimte.
Wij kregen voor 1 nacht de oude kamer van de uitbater aangeboden, met de belofte de dag erna te mogen verhuizen naar een echte kamer, men gaf ons zogenaamd korting: 175.000 IDR pp per nacht. Later vernamen we dat duikers voor de mooie bungalows slechts 150.000 IDR pp pn betalen.
De dag erna, zo rond de middag veranderden de mensen die zouden uitchecken van gedachte en bleven een nacht langer. Er kwam dus geen bungalow vrij en we moesten in dezelfde kamer blijven. Deze was vuil en slecht onderhouden, de spullen van de baas slingerden overal rond, zodat we onze spullen niet kwijt konden, er was geen mogelijkheid onze natte kledij op te hangen, in de badkamer was de deur van een kastje weggerot en lag samen met de inhoud ervan verder te rotten … dit was dus helemaal geen volwaardige kamer. Bovendien kwamen we hier om aan het strand te verblijven, de kamer ligt op de eerste verdieping, achter het dak van het restaurant, geen uitzicht, noch een zitplaats buiten. Goed voor 1 nacht … Na discussie was men bereid de kamer te poetsen en de prijs aan te passen tot 100.000 IDR pp pn. De 3de nacht logeerden we eindelijk in een echte kamer, waar we volop van het strand en de omgeving konden genieten. Hadden we deze kamer van bij het begin gekregen … we zouden zeker 7 dagen zijn gebleven in dit paradijselijk oord, zoals vooraf gepland.
? Conclusie: Er is geen goed management in het resort, geen eenduidige prijzenpolitiek: we horen mensen die 250.000 IDR pp pn betalen voor dezelfde bungalow waarvoor aan anderen 150.000 IDR pp pn wordt aangerekend, het geheel wordt niet onderhouden (een aantal bungalows kampt met watervoorziening en –afvoerproblemen), vaak moeten de gasten vragen om de watertoevoer voor hun kamer aan te zetten omdat dit wordt ‘vergeten’, de maaltijden worden geserveerd in buffetstijl en elke avond is er te weinig voedsel, niet voldoende variatie bij de maaltijden, koffie en thee zijn gratis, drinkwater wordt enkel aangeboden bij de maaltijden (dit is echter gekookt water dat meestal warm aan tafel geserveerd wordt), koele dranken worden in zeer beperkt assortiment aangeboden op voorwaarde dat er elektriciteit is (+/- 18.00 u – 23.00 u, zeer onregelmatig).
Dit zou een van de meest comfortabele resorts op de Togean eilanden moeten zijn, dat bovendien gemakkelijk te bereiken is en voldoende duikmogelijkheden biedt.
Mits men op de beperkingen is voorbereid, kan men er een zeer mooie tijd beleven !
Excursies:
Bezoek Gipsy dorp + 3 snorkelstops: 750.000 IDR per boot (max. 6 personen), te boeken in het hotel,
? huur snorkelmateriaal (snorkel, masker, vinnen): 50.000 IDR pp.
zeer slecht onderhouden, geen kleine maten beschikbaar, noch voor maskers, noch voor vinnen
? huur reddingsvest: 20.000 IDR pp. (eerst vroeg men hiervoor 50.000 IDR pp.),
er is maar 1 reddingsvest beschikbaar voor volwassenen + 3 voor kleine kinderen
dit beschouwen wij als elementair veiligheidsmateriaal, we varen immers met zeer kleine bootjes op zee en het weer slaat vlug om, (SCHANDALIG !)
? bij tijdsgebrek wordt de 3de snorkeltip afgelast. We bleven te lang bij het Gipsydorp hangen, een verwittiging ter plaatse had leuk geweest, opdat we zelf zouden kunnen kiezen. Maar de bootsman spreekt geen Engels. Nochtans werd een Engelssprekende gids afgesproken bij het boeken van de tocht.

GORONTALO is een havenstad met 150.000 inwoners in het noorden van Sulawesi, gelegen aan de rand van de Tomini golf. In deze stad zijn een aantal van de best bewaarde Nederlandse koloniale huizen te bewonderen.
De ferryboot van Kadidiri naar het noorden vaart enkel ’s nachts, en dit slechts 2 x per week. Omdat we niet veel comfort verwachten bij een nachtje op zo’n Indonesische ferry, gaan we gretig in op het aanbod van een speedbootkapitein – die enkele toeristen hiernaartoe bracht – om met hem mee terug te keren de volgende namiddag.
Wanneer we de ‘speedboot’ uiteindelijk te zien krijgen … stellen we ons wel wat vragen. 2 niet al te krachtige motoren (40 PK elk), kleine polyester boot waarin slechts plaats voor 6 personen op 2 harde bankjes achter elkaar, geen reddingsvesten, … we hadden hiervan wel iets meer verwacht … maar beseffen weerom dat dit de Indonesische standaarden zijn !
Als we dan ook nog van de Belgen – die hiernaartoe vaarden met de ‘speedboot’ – horen dat zij onderweg telkens weer te kampen hadden met motorpech en daardoor 4 ipv 3 uren onderweg waren …
Om 13.00 u vertrekken we met pak en zak in het bootje. De bagage voorin het bootje laat ons amper voetruimte. Omdat de bootsmannen 24 uren de tijd hadden sinds ze gisteren op Kadidiri aankwamen, bovendien naar het grotere eiland Pulau Batu Daka vaarden om brandstof op te slaan, stonden we er geen ogenblik bij stil dat de motor niet zou hersteld zijn ... maar reeds vanaf het eerste moment op zee krijgen de mannen de 2de motor amper aan de praat. We varen aldus met een slakkengangetje ... af en toe een poosje op 2 motoren en volle snelheid, maar nooit lang. Wanneer we na een 2-tal uren op volle zee rondzwalpen, geen leven meer in de 2de motor te krijgen is, geen land meer om ons heen zien, beginnen de mannen toch wel bedenkelijk te kijken. Ook wij beginnen ons wat vragen te stellen … we zouden hier niet graag in ’t donker nog ronddrijven zonder verlichting, of in een regenbui terechtkomen zonder afdekzeil voor de bagage … Een 3de motor ligt op de bodem van het bootje … zullen ze deze omwisselen met de defecte ?
Uiteindelijk wordt 1 nieuwe bougie tevoorschijn gehaald … 1 per 1 worden de andere erdoor vervangen … het bootje getest … om uiteindelijk deze te vinden die niet meer functioneert … en inderdaad, dit is de oplossing. Vanaf dat moment varen we aan hogere snelheid en komt langzaamaan het vasteland in zicht. De tocht duurt 4 ¼ uren ipv 3 uren.
Wanneer we aankomen in Marisa, staat een minibusje op ons te wachten (zoals beloofd) om ons naar Gorontalo te voeren, een rit van nog eens 4 uren. Onderweg stoppen we aan een locaal restaurantje in een klein plaatsje om iets te eten. Onmiddellijk hebben we publiek … wellicht het ganse dorp komt om ons heen staan, de kinderen vooraan. We voelen ons als aapjes in een kooi !
In Gorontalo zullen we enkel overnachten, hier is niet veel te beleven voor een toerist. Wanneer we de stad uitrijden stoppen we wel even bij het Portugese fort Benteng Otanaha, waar slechts 3 stukjes ruïne overblijven. Het fort werd gebruikt door de koning van Gorontalo als bastion tegen de Nederlandse bezetting en is gebouwd op de heuvel Lekobalo. We genieten meer van het prachtige uitzicht op het meer, danau Limboto.

Ernaartoe:
speedboot hotel Kadidiri – Marisa (4 ¼ uren, normaal 3 uren) + minibusje Marisa – hotel Gorontalo (4 uren), 1.500.000 IDR, te delen met max. 6 personen. Achteraf stellen we ons de vraag of de ferry (vaart donderdag- en zondagnacht: vertrek 16.30 u in Wakai, komt aan +/- 4.30 u in Gorontalo) misschien toch niet een veiligere optie had geweest, met zetels om de nacht op door te brengen (enorm warm, de airco werkte niet) of een cabine te delen met 4 personen (wel airco).
Overnachting:
Melati Hotel, 160.000 IDR per nacht, voor een basis 2 persoonskamer, inclusief goed ontbijt, sanitair met koud water (geen douche, maar mandi of reservoir om water uit te scheppen en over je heen te gieten), airco, kamers rondom een binnenplaatsje, zitplaatsen voor de kamer en binnen in een gezamenlijke ruimte, vriendelijk onthaal, Nederlands sprekende uitbater, behulpzaam bij het regelen van verder vervoer en accommodatie, jalan Wolter Monginsidi n° 5, Gorontalo, +62435 822 934, yfvelberg@yahoo.com, www.melatihotelgtlo.co.nr, beoordeling: 3/5
Excursies:
Portugese fort Benteng Otanaha: geen must, niet veel te betekenen als fort, uitzicht is wel mooi
inkom: 5.000 IDR
ernaartoe: bij het verlaten van Gorontalo met de huurauto, maken we een omweg hiernaartoe (+/- 15 km van Gorontalo), het fort is niet zeer bekend, de chauffeur moet 3 pogingen doen om de ingang te vinden.

MANADO is de 2de grootste stad van Sulawesi (na Makassar) en telt 500.000 inwoners. Net als in Makassar is hier een belangrijke vlieghaven gevestigd voor zowel locale als internationale bestemmingen. De stad is gelegen aan de baai van Manado in de Sulawesi zee en is omgeven door een vulkanisch berggebied. Hij oogt moderner en het is er aangenamer toeven dan in Makassar, de mensen zijn supervriendelijk, maar het is er toch wel zeer druk. Hier vinden we voor het eerst in Sulawesi redelijk moderne shopping centers.
Het straatbeeld wordt bijna volledig opgeslorpt door de felblauwe minibusjes die het openbaar vervoer in en rond de stad vertegenwoordigen (zie foto). In een van de winkelcentra zien we een grappige modeshow met ouderwetse kitscherige bruidsjurken …
We willen hier nog een daguitstap maken naar enkele plaatsjes in de buurt. Als eerste staat op ons lijstje een bezoek aan de lugubere dieren- en voedingmarkt van Tomohon, waar honden worden verkocht en onmiddellijk doodgemept, waar men de meest ongelooflijke dingen bereidt en eet. Daarna zouden we een wandeling maken aan het Danau Tondano meer, om te eindigen in Airmadidi met zijn heetwaterbronnen en pre-christelijke graftombes. Het mooie wandelgebied van de gunung Lokon vulkaan is jammer genoeg gesloten vanwege een recente (kleine) uitbarsting.
Deze daguitstap moeten we echter schrappen, omdat de pizza van de vorige dag Marc niet goed is bevallen. In Sulawesi hadden we 2 keer te kampen met darmproblemen, de eerste sinds ons vertrek uit Europa zo’n 4 maanden geleden. Op dit eiland neemt men het echt niet zo nauw met hygiëne.

zie ook rondreis MH deel 1

Veel reisplezier, www.tangatanga.com/herlindemarc